Christus verzoent mensen, maar hoe? De onbekende Jonathan Edwards junior legde dit „rijk en diepzinnig" uit

donderdag, 1 mei 2025 (13:52) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

De Amerikaanse predikant John Banks promoveert binnenkort aan de Vrije Universiteit Amsterdam op zijn proefschrift over de „Edwardsiaanse verzoeningsleer”, gebaseerd op het werk van Jonathan Edwards junior (1745-1801), zoon van de bekende theoloog Jonathan Edwards. Banks wil hiermee het beeld bijstellen van deze „vergeten” figuur binnen het protestantisme, die eerder werd gezien als een abstracte denker die de leer van Hugo de Groot volgde. In werkelijkheid wist Edwards junior drie verschillende visies op de verzoening in één samenhangend model te integreren, wat zijn theologie zowel rijker als diepzinniger maakt.

Binnen de protestantse traditie bestaan drie betekenissen van verzoening: ten eerste de idee dat Christus als plaatsvervanger de straf draagt voor specifieke zondaren; ten tweede dat Zijn dood Gods eer herstelt (Anselmus’ voldoeningstheorie); en ten derde dat Christus’ dood Gods morele orde publiek bewaart, een visie vooral geassocieerd met Hugo de Groot en die neigt naar algemene verzoening. Edwards junior onderscheidde zich door deze drie opvattingen te verbinden: hij benadrukte persoonlijke verlossing van de uitverkorenen, zag Gods natuur als fundament van verzoening, en legde de focus op Gods verheerlijking.

Uniek in Edwards’ benadering is dat verzoening geen louter juridische of speculatieve kwestie is, maar verankerd ligt in het eeuwige leven binnen de Drie-eenheid. Volgens hem geeft Christus vrijwillig Zijn geluk op om de ellende van zondaren te dragen, vanuit de overtuiging dat verzoening gerealiseerd wordt door vereniging met Christus.

Banks laat ook zien dat Edwards’ theologie beïnvloed werd door Nederlandse gereformeerde orthodoxie, vooral de invloed van Petrus van Mastricht. In een tijd waarin nieuwe theologische stromingen de kerk wilden hervormen, pleitte Edwards voor trouw aan de gereformeerde traditie. Daarnaast besteedt Banks aandacht aan de ogenschijnlijke spanning tussen het evangeliseren en de doctrine van Gods soevereine uitverkiezing. Bij Edwards staat het handhaven van Gods eigen natuur centraal, waarbij de redding van de uitverkorenen dienstbaar is aan Gods eer en beide aspecten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

De leer van Edwards combineert het idee dat Christus’ offer voldoende is voor de hele wereld, maar slechts effectief voor de uitverkorenen, een samenvoeging die volgens Banks rechtstreeks teruggaat op zowel vader als zoon Edwards. Door deze integratie ontstaat een uniek theologisch mozaïek dat de verschillende visies op verzoening met elkaar verbindt en zo een diepere verklaring biedt voor deze fundamentele christelijke doctrine.