ChristenUnie-Kamerlid Don Ceder zag vrienden afglijden in de criminaliteit: „De kerk is mijn redding geweest"
In dit artikel:
Don Ceder (ChristenUnie) groeide op in de Bijlmer in een niet-christelijk gezin en woont er nog altijd. Zijn jeugd speelde zich af tussen armoede, verslaving en criminaliteit; hij zag op jonge leeftijd drugsdeals en had zelfs eens een pistool in zijn handen. Zelf raakte hij – afgezien van wat kattenkwaad – niet in de criminaliteit, iets wat hij toeschrijft aan de strikte bescherming van zijn moeder en vooral aan de kerk. Via een vriend van zijn moeder kwam hij op zeventienjarige leeftijd tot bekering. In de kerk zag hij hoe mensen met problematische levens – verslaafden, criminelen, prostituees – hun leven veranderden, en dat overtuigde hem van de herstellende kracht van het Evangelie.
Zijn moeder, van Ghanese afkomst en ooit moslim, bekeerde zich en speelde een cruciale rol in zijn opvoeding; zijn vader verhuisde later naar Suriname en was minder thuis aanwezig. Het ontbreken van een stabiele vaderfiguur noemt Ceder een maatschappelijke oorzaak van kwetsbaarheid bij jongeren. Als Kamerlid maakt hij dit onderwerp nu politiek: hij werkt aan een nota over vaderschap en pleit voor meer aandacht voor mannelijke rolmodellen, onder meer in het onderwijs.
Ceder is advocaat van opleiding en richtte samen met een neef Anti Incasso op, met als doel mensen te helpen die anders geen toegang tot rechtshulp hebben. Hij legt uit dat hij bewust cliënten koos voor wie juridische hulp een laatste redmiddel was, ook al was dat financieel niet aantrekkelijk. Via een stage bij de ChristenUnie raakte hij betrokken bij de partij; inmiddels is hij bijna vijf jaar Kamerlid. Zijn geloof vormt de kern van zijn politieke motivatie: hij post al jaren wekelijks een Bijbeltekst en onderhoudt een intens gebedsleven (inclusief vasten en vroege gebedsbijeenkomsten).
Drie jaar geleden begon Ceder theologie te studeren om de Bijbel beter te leren begrijpen en christelijke politiek beter te verwoorden; na de geboorte van zijn dochter in de zomer van 2024 zette hij de studie tijdelijk op een laag pitje. Hij benadrukt het spanningsveld tussen politieke druk en gezinsleven: de Kamer is volgens hem een "burn-outfabriek", vandaar dat hij pleit voor uitbreiding van het parlement en zelf striktere grenzen hanteert (zondagen vrij, minder avondvergaderingen, recesses benutten).
Persoonlijke uitdagingen komen ook aan bod: Ceder stottert, wat spreken in het openbaar extra zwaar maakt, maar juist daardoor ervaart hij afhankelijkheid van God. Hij heeft ervaring met vooroordelen en onderschatting vanwege afkomst; dat motiveerde hem om tegen verwachtingen in zijn eigen koers te volgen. Politiek was de afgelopen verkiezingsavond spannend — even leek het erop dat hij eruit lag — maar uiteindelijk behield de ChristenUnie drie zetels, waarna Ceder zich opnieuw inzette.
Ceder woont bewust in de Bijlmer en ziet de vele kerken daar als veranderkracht voor buurt en stad. Zijn werk combineert rechtsbijstand, politiek en geloof: hij profileert zich als iemand die de herstellende kracht van het Evangelie in de praktijk wil brengen, zowel in individuele levens als in het beleid.
De Oranjezomer: Wat is het gekste waar Victor Vlam ooit aan heeft gelikt? ‘Hoe heet ‘ie ook alweer?!’