Chinese inflatie stijgt door duurdere olie en vakantiereizen

maandag, 11 mei 2026 (09:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

China's consumentenprijzen stegen in april onverwacht naar 1,2 procent op jaarbasis, meldt het Chinese statistiekbureau NBS — hoger dan de 1,0 procent in maart en boven de verwachte daling naar 0,9 procent. De kerninflatie (exclusief energie en voeding) trok licht aan tot 1,2 procent. De belangrijkste drijfveer was een opleving van olieprijzen als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten, aangevuld met extra vraag naar vakanties tijdens regionale vakantieperiodes.

Tegelijk klommen de producentenprijzen (PPI) fors: +2,8 procent in april, de grootste stijging sinds het begin van de coronaperiode vier jaar geleden, na een kleine 0,5 procent in maart. Omdat bedrijven hogere inkoopprijzen vaak doorrekenen, kan deze PPI-opgelopenheid op termijn de consumentenprijzen verder aanjagen.

China, ’s werelds grootste importeur van ruwe olie, heeft de klap deels opgevangen door het inzetten van voorraden en groei van zon- en windenergie, maar ING-econoom Lynn Song waarschuwt dat de volledige impact van duurdere energie “waarschijnlijk nog komen” zal. Gegeven de hogere inflatie en sterke exportgroei in april verwacht zij dat de Chinese centrale bank de rente voorlopig ongemoeid laat, met een grotere kans op een renteverlaging dan op verhoging later dit jaar, mogelijk in de tweede helft.