Chinese exportgroei hapert in eerste maand van Iranoorlog
In dit artikel:
De Chinese uitvoer vertraagde in maart duidelijk: de douanecijfers tonen een jaar-op-jaarstijging van slechts 2,5 procent, de laagste groei in zes maanden en flink onder de verwachting van economen (ongeveer 8,6%). Dat contrasteert met een sterke start van het jaar, toen januari en februari samen een stijging van meer dan twintig procent lieten zien. Tegelijkertijd schoten de invoeractiviteiten omhoog — bijna 28 procent, de sterkste toename sinds eind 2021 en ruim boven de prognoses — waardoor het handelsoverschot daalde naar 51 miljard dollar, het kleinste in meer dan een jaar.
Aangegeven oorzaak is mede de ontwrichting van de wereldwijde energievoorziening door de oorlog in het Midden-Oosten, die eind februari begon. Hogere grondstof- en energiekosten drukken op producenten en drukken direct door in handelsstromen. De uitvoer naar de Verenigde Staten viel opnieuw fors terug (min 26,5 procent), wat vooral wordt toegeschreven aan de hoge Amerikaanse importtarieven. Eerdere verliezen op de Amerikaanse markt werden deels opgevangen door groei in Afrika, Zuidoost-Azië, Latijns‑Amerika en Europa.
Tegelijkertijd kan het conflict vraag naar Chinese duurzame technologieën stimuleren: de buitenlandse verkoop van elektrische en hybride auto’s verdubbelde in maart tot een recordniveau, en hogere brandstofprijzen kunnen ook de vraag naar zonnepanelen vergroten. China publiceert donderdag het bbp over Q1; vorig kwartaal groeide de economie 4,5 procent en de regering streeft voor 2026 naar 4,5–5 procent groei — het laagste streefcijfer sinds 1991. De verdere invloed van de oorlog op de Chinese export blijft onzeker.