China rekent partijbazen af op klimaatacties
In dit artikel:
Decennia lang werden lokale Chinese functionarissen afgerekend op snelle economische groei; hoge groeicijfers betekenden carrièrewinst. Die beloningslogica ging gepaard met prestatiedoelen voor allerlei beleidsterreinen — van het oppakken van Oeigoeren in Xinjiang tot het afdwingen van geboortebeperking tijdens het eenkindbeleid — en leidde regelmatig tot zware investeringen in overbodige projecten en het manipuleren van cijfers.
Sinds kort is het klimaat een even doorslaggevend beoordelingscriterium geworden. De Chinese Communistische Partij legt lokale leiders nu CO2-doelen op en schrapt bestuurders die onvoldoende emissiereducties realiseren. Tegelijkertijd voert China een grootscheepse energietransitie: nergens ter wereld worden zoveel zonnepanelen en windparken aangelegd, terwijl nieuwe technologieën ook kolencentrales veel minder of zelfs helemaal geen broeikasgassen laten uitstoten. Waar eerder werd verwacht dat de uitstoot rond 2030 zou pieken en China pas in 2060 koolstofneutraal zou zijn, lijken die omslagpunten eerder te komen; de partij bevestigde en versnelde die klimaatambities onlangs (april/mei 2026).
De verschuiving weerspiegelt niet alleen milieuzorgen, maar ook strategische doelen: meer energie-autonomie verkleint de kwetsbaarheid voor verstoringen zoals een blokkade van de Straat van Hormuz. Cruciaal blijft dat lokale ambtsdragers niet terugvallen op de oude gewoonte van sjoemelen met cijfers als zij echt op emissiereductie worden afgerekend.