China neemt wet voor 'etnische eenheid' aan, zorgen om rechten minderheden
In dit artikel:
China heeft donderdag een wet aangenomen die volgens Peking de "etnische eenheid" en nationale samenhang moet versterken. De tekst richt zich op de 56 officieel erkende bevolkingsgroepen, met de Han als dominante meerderheid. Een kernpunt is dat Mandarijn voortaan centraal staat in het onderwijs: kinderen moeten de taal leren vanaf de kleuterjaren tot het einde van de middelbare school, waardoor minderheidstalen zoals Tibetaans, Oeigoers en Mongools terugdringen in het onderwijs.
Mensenrechtenactivisten en experts waarschuwen dat de maatregel de taalkundige en culturele aanleg van minderheden kan uithollen; Erika Nguyen van PEN America zegt dat het erop kan neerkomen "de banden van kinderen met hun geschiedenis en cultuur te verbreken". Ook vrezen waarnemers dat de wet een juridische grondslag biedt om binnenlands of zelfs buitenlands op te treden tegen wie de eenheid zou ondermijnen.
In Taipei wordt de tekst met argwaan gevolgd: Taiwanese functionarissen, onder wie onderminister Shen Yu‑chung, vrezen dat formuleringen rond het beschermen van China's soevereiniteit "uitgroeien tot een juridische basis" om druk op Taiwan of Taiwanese activisten uit te oefenen.