China's Nationale Genenbank zegt dé hoeder te zijn van de biodiversiteit, met de mammoet als visitekaartje
In dit artikel:
Op het schiereiland Dapeng bij Shenzhen bezoekt Frank Westerman China’s Nationale Genenbank, een imposant complex dat zich presenteert als een wereldwijd centrum voor het bewaren, lezen en herschrijven van genetische informatie. De instelling wil niet alleen DNA, zaden en weefsel opslaan, maar ook de achteruitgang van de biodiversiteit tegengaan. De mammoet geldt daarbij als het opvallendste visitekaartje: levensgrote beelden en een animatie tonen hoe uitgestorven dieren ooit zouden kunnen terugkeren.
Tijdens de rondleiding vertelt gids Bob Sun dat de Genenbank beschikt over enorme hoeveelheden genetische data. Sequencers lezen de erfelijke code van planten, dieren en mensen uit aan de hand van de vier basen A, C, G en T. De apparatuur is de afgelopen jaren steeds kleiner, sneller en goedkoper geworden. China ontwikkelde eigen sequencers nadat het eerder vooral Amerikaanse machines van Illumina gebruikte. Volgens Sun kost het inmiddels minder dan honderd dollar om een menselijk genoom uit te lezen. Ook zijn biologische verouderingskenmerken van mensen, zoals Sun zelf, met genetische analyses te bepalen.
De Genenbank werkt grotendeels digitaal en geautomatiseerd. In speciale ‘reading rooms’ brengen robotarmen dag en nacht materiaal naar sequencers. Op hogere verdiepingen staan koelcellen van -78 graden Celsius, waarin DNA-stalen langdurig worden bewaard. Een nabijgelegen kerncentrale en noodvoorzieningen moeten ervoor zorgen dat de opslag niet door stroomuitval wordt bedreigd. Een eerder ruimteproject waarbij DNA-monsters in een baan om de aarde werden gebracht, blijkt volgens Sun vooral een publiciteitsstunt te zijn geweest.
Een belangrijk onderdeel van het mammoetonderzoek is het uitlezen en reconstrueren van sterk beschadigd, eeuwenoud DNA. Zo werkte de zoöloog Tian Ming, een voormalige collega van Sun, aan technieken om ontbrekende genetische informatie te identificeren en waar mogelijk te herstellen. Daarmee kan de genetische code van een mammoet beter worden begrepen, maar tijdens Westermans bezoek is er geen laboratorium waar daadwerkelijk een mammoet wordt ‘herrezen’. De getoonde dieren zijn animaties en modellen. Een toekomstige mammoet zou waarschijnlijk het resultaat worden van genetische aanpassingen bij een olifant, uitgevoerd met technieken zoals CRISPR.
Volgens Sun heeft de-extinctie meer doelen dan spektakel. Het terugbrengen van uitgestorven soorten zou de biodiversiteit kunnen vergroten en onderzoek kunnen opleveren voor landbouw, natuurbescherming, gezondheidszorg en veiligheid. De Genenbank richt zich daarom op vijf taken: genetische informatie opslaan, uitlezen, begrijpen, herschrijven en toepassen. In verticale landbouw wordt bijvoorbeeld al geëxperimenteerd met een genetisch aangepaste koolsoort die twaalf oogsten per jaar kan opleveren.
Tegelijkertijd heeft de genetische infrastructuur een ingrijpende maatschappelijke kant. China verzamelt via mobiele laboratoria en gratis gezondheidstests genetische gegevens van burgers in een zogenoemde ‘living biobank’. Die informatie kan worden gekoppeld aan andere persoonsgegevens, zoals onlinegedrag. Daardoor ontstaan niet alleen medische profielen, maar mogelijk ook risicoprofielen waarmee de overheid burgers kan classificeren. De reportage plaatst de belofte van geneeskunde en biodiversiteitsbehoud zo naast de gevaren van grootschalige controle.
De rondleiding eindigt bij het idee van het ‘AIoceen’, waarin robots en kunstmatige intelligentie steeds meer wetenschappelijk werk overnemen. Westerman ziet in de Genenbank zowel een opslagplaats van evolutionaire geschiedenis als een werkplaats waar China de evolutie probeert te sturen. De mammoet staat daarbij symbool voor de ambitie om niet langer alleen uitsterven vast te leggen, maar het leven zelf opnieuw vorm te geven.
Vandaag Inside: Johan Derksen kijkt uit naar nieuw SBS6-programma Sing With Me: 'Het lijkt mij héél leuk!'