Militaire vrienden heeft China nauwelijks, en dat komt de grootmacht nu goed uit
In dit artikel:
De Verenigde Staten heeft extra oorlogsschepen en duizenden mariniers naar de regio gestuurd, terwijl China zich opvallend terughoudend opstelt in het Midden-Oostenconflict. Hoewel China en Iran op enkele fora samenzitten — beide zijn BRICS-leden en Iran maakt deel uit van de door China en Rusland geleide Shanghai Cooperation Organisation — is hun relatie vooral pragmatisch en niet gebaseerd op een hechte militaire alliantie. Peking heeft historisch weinig formele militaire bondgenootschappen, wat het nu ruimte geeft om zich afzijdig te houden.
China heeft economische belangen aan beide zijden: het koopt olie uit Iran, maar de handel en investeringen met de Golfstaten zijn veel omvangrijker (ongeveer 250 miljard dollar per jaar volgens onderzoeker Yang Zi). Die economische belangen verklaren deels waarom China zich op dit moment gedistantieerd opstelt. In de VN-Veiligheidsraad onthield China zich van een motie die Iraanse aanvallen op Golfstaten zou veroordelen; Peking lijkt te willen bemiddelen en te proberen Iran tot kalmering te brengen zonder openlijk partij te kiezen.
Een actiever Chinees optreden zou vooral kunnen volgen als de Straat van Hormuz langdurig geblokkeerd raakt; dat zou de wereldhandel — en daarmee de Chinese exportafhankelijke economie — ernstig schaden, waarschuwt onderzoeker Tatiana Mitrova. Politiek profiteert China op termijn van de situatie: doordat de VS nu door betrokkenheid aan legitimiteit inboet als veiligheidspartner van de Golfstaten, kunnen deze landen meer naar China gaan kijken voor economische en diplomatieke samenwerking. Tegelijkertijd biedt Peking geen militaire garanties: het heeft slechts één buitenlandse marinebasis en formele militaire bondgenootschappen beperkt tot Noord-Korea.
Als de oorlog stopt, is het waarschijnlijk dat Iran nog nauwer met China moet samenwerken voor wederopbouw en financiering, wat Irans afhankelijkheid van Peking verder kan vergroten. Kortom: China kiest nu voor economische en diplomatieke invloed boven militaire inmenging, waarmee het zijn positie in de regio geleidelijk probeert te versterken.