Charlotte Mutsaers' nieuwste bizarre parabel laat je ongemakkelijk verdwalen

woensdag, 14 januari 2026 (11:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Charlotte Mutsaers levert met Moet dwalen een compact, eigengereid boek waarin taalplezier en raadselachtigheid hand in hand gaan. De 64‑jarige hoofdpersoon Isidorus Rudolf Witlamm van Waldorf — ooit succesvol als wetenschapper en kunstenaar, met vermeldingen tot in het MoMA — raakt verdwaald in een dicht bos bij Besançon, aan de rivier de Doubs. Het verhaal speelt zich vrijwel geheel in dat landschap af: paden, kruispunten, een verlaten bakkershuisje en de bedding van een drooggevallen rivier vormen het decor voor een reeks symbolische en emotioneel geladen gebeurtenissen, waaronder een gruwelijke misdaad die Isi onder invloed begaat.

Isi is een hardvochtig, vaak onsympathiek personage: een mansplainer die bijzonder denigrerend spreekt over zijn veel jongere vrouw, Fleur Vischbeen, die werkzaam is in vrouwenstudies. De relatie tussen hen functions als parodie op traditionele man‑vrouwrollen, maar Mutsaers doet meer dan enkel satiriseren. Isi’s obsessieve liefde voor de Doubs — soms bijna lichamelijk beschreven — en zijn namen (Rudolf, Waldorf, Witlamm) laden het verhaal met religieuze en antroposofische associaties. Water fungeert als levensenergie; de drooggevallen bedding suggereert een ontkennende, storende stilstand die tot geweld en existentiële verwarring kan leiden.

Stilistisch balanceert de roman tussen absurdisme en realisme, met invloeden van gothic, magisch realisme en sprookjes. Mutsaers speelt gretig met clichés, archaïsche dialogen en neologismen, en organiseert bewust een gevoel van onbegrip: het boek lijkt een code te suggereren waarvoor geen eenduidige sleutel bestaat. Deze ondoorgrondelijkheid is kenmerkend voor wat recensenten eerder ‘Charlottesk’ noemden — een eigen logica en vaak onbestemde meerwaarde — en legt tegelijk hoge eisen op aan de lezer, die mee moet willen dwalen in plaats van snel te willen begrijpen.

Wie Mutsaers kent van haar ernstiger autobiografische Harnas van Hansaplast (2017) herkent in Moet dwalen haar vertrouwde eigenzinnigheid, maar hier is het surrealistische, speels‑filosofische register dominant. Vergelijkingen met recente werken waarin natuurreligie en horror samenkomen (zoals bij Olga Tokarczuk) wijzen op verwante thematiek, maar Mutsaers’ toon blijft lichter en woordrijker.

Kort gezegd is Moet dwalen een literaire parabel die zowel verrukt als frustreert: een virtuoze, maar opzettelijk ontoegankelijke tekst die de lezer tegen het eind even ontnuchterd achterlaat als Isi zijn omgeving behandelt — met een meedogenloze, spottende blik.