Chan Santokhi (1959-2026) hielp Suriname uit een diepe economische crisis
In dit artikel:
Chandrikapersad “Chan” Santokhi (67) is maandagmiddag onverwacht overleden. De oud-president stond bekend als degene die Suriname uit een diepe economische crisis trok nadat hij in juli 2020 het leiderschap overnam van Desi Bouterse. Als minister van Justitie en Politie kreeg hij eerder in 2007 het proces rond de Decembermoorden van de grond en voerde hij harde acties tegen georganiseerde drugshandel; dat leverde hem de bijnaam “de Sheriff” op. Zijn vriendschappelijke houding richting Nederland en zijn partijkleur leidden tot de andere bijnaam, “Chan van Oranje”. Santokhi was sinds 2011 leider van de Vooruitstrevende Hervormingspartij (VHP).
Onder zijn presidentschap voerde zijn kabinet een IMF-ondersteund hervormingsprogramma door dat de macro-economie stabiliseerde en Suriname weer kredietwaardig maakte, maar de ingrepen gingen gepaard met scherpe bezuinigingen die de bevolking zwaar troffen. Bij de verkiezingen van 2020 scoorde de VHP met 20 van de 51 zetels een uitzonderlijk resultaat, maar de populaire steun verslapte snel.
De aanhoudende kritiek richtte zich vooral op benoemingen binnen Santokhi’s directe kring: partijgetrouwen en vertrouwelingen — veelal uit zijn eigen Hindoestaanse achterban — kregen sleutelposities. Controverses culmineerden onder meer in aanpassingen bij Staatsolie waardoor zijn echtgenote in de raad van commissarissen kon plaatsnemen. Die “family and friends”-praktijk, en het onvermogen om etnische en politieke spanningen te overstijgen, wordt algemeen gezien als doorslaggevend voor zijn politieke val: in 2025 verloor de VHP nipt van de NDP, waarna Jennifer Simons president werd.
Ironisch genoeg kan de huidige regering bouwen op de financiële stabiliteit die Santokhi bewerkstelligde; met mogelijke inkomsten uit offshore-olie lijken de vooruitzichten gunstig voor een tweede termijn van Simons. De VHP beschouwt Santokhi als inspirator en bruggenbouwer, maar zijn nalatenschap is dubbel: hij herstelde de economie en het internationale aanzien van Suriname, maar verloor brede maatschappelijke erkenning door politiek onhandige keuzes en etnisch geladen loyaliteiten.