Ceuta is voor zo'n 3000 immigranten per jaar de poort naar Europa, maar wat te doen met 60.000 in één dag?
In dit artikel:
Ongeveer 60.000 migranten kwamen donderdag en vrijdag onverwacht aan in de Spaanse enclave Ceuta, waardoor de lokale opvang volledig vastliep. Een deel keerde inmiddels terug naar Marokko, maar duizenden bleven achter in straat, parken en noodopvang omdat er in Ceuta nauwelijks plek is. Het opvangcentrum Ceti, bedoeld voor 512 mensen, zat donderdagavond met 1.700 bewoners ver boven capaciteit. De gebruikelijke route voor mensen die via Ceuta of Melilla Spanje proberen te bereiken, is dat zij eerst in Ceti worden opgevangen en daarna, na beoordeling, ofwel worden teruggestuurd naar Marokko of later naar het Spaanse vasteland worden overgebracht. Ceuta zelf is daarvoor veel te klein: de enclave telt 85.000 inwoners op 18,5 vierkante kilometer. Volgens de Spaanse overheid keerden vrijdag al zo’n 25.000 mensen vrijwillig terug, terwijl anderen toch probeerden het strand en de wateren van de Straat van Gibraltar over te steken. Daarbij kwamen donderdag minstens 27 mensen om. De plotselinge leegte aan de Marokkaanse kant van de grens roept vragen op. In Spanje wordt gespeculeerd over een reactie van Rabat op een recent bezoek van premier Pedro Sánchez aan Algerije, maar Madrid houdt het op een misverstand in de samenwerking tussen beide landen. Een andere verklaring is dat vooral Marokkanen via sociale media zijn aangespoord naar Spanje te zwemmen, omdat zij na een uitspraak van het Hooggerechtshof niet meer direct worden teruggestuurd als zij de grens per boot of zwemtocht bereiken.
De Oranjezomer: Bas Nijhuis reageert op vernietigende kritiek van Mario van der Ende