Centraal-Europa was eeuwenlang een centrum van vrijheid en tolerantie

woensdag, 31 december 2026 (20:03) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Hans Luiten, gepassioneerd reiziger en historicus, schreef het boek Begrijp jij Centraal‑Europa nog? als een persoonlijke kennismaking met een regio die hij al jaren per fiets en te voet doorkruist. Zijn vertrekpunt is de vraag of Centraal‑Europa — Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije en ook de baltische en Oekraïense gebieden — echt anders is dan het Westen. Hij bouwt zijn verhaal op tegen de achtergrond van Milan Kundera’s beroemde essay uit 1984, waarin die landen onterecht werden weggezet als onderdeel van het Oostblok.

Luiten neemt de lezer in duizend jaar geschiedenis mee: van de middeleeuwse periode waarin vorsten immigratie van Saksen, Joden en anderen aanmoedigden en zo een bont, vaak tolerant en cultureel rijk Midden‑Europa ontstond, tot de groeiende versnippering door zwakke centralisaties. Die rommeligheid gaf lokale elites veel macht, maar maakte regio’s ook kwetsbaar voor expansiedrift van Habsburg, Pruisen en Rusland. Economische divergentie — bijvoorbeeld industriële vooruitgang in Bohemen en Silezië tegenover agrarisch achterblijven elders — legde een scheidslijn die deels tot op vandaag doorwerkt.

Architectuur, synagogen en andere tastbare sporen van het vroegere multiculturele leven illustreert Luiten uitgebreid. Tegelijk tekent hij de donkere omslag van de 20ste eeuw: nationalisme, totalitarisme, twee wereldoorlogen, de Holocaust en gedwongen bevolkingsverschuivingen die veel van de etnische verscheidenheid uitwisten. De communistische decennia en het gebrek aan democratische ervaring verklaren volgens Luiten deels de aantrekkingskracht van hedendaagse autoritaire leiders als Viktor Orbán en Robert Fico, die met nationalistische retoriek stemmen weten te winnen.

De recensent waardeert Luitens vlotte verteltrant en anekdotische kracht — hij schrijft als een warme geschiedenisleraar — maar wijst ook op tekortkomingen. De focus ligt sterk op Polen, Tsjechië en Hongarije; landen als Oekraïne, Litouwen en Roemenië blijven grotendeels bijfiguren en cruciale recente periodes (bijvoorbeeld Oekraïne 1991–2014) krijgen weinig ruimte. Sommige analyses blijven te summier, anekdotes eindigen zonder afronding en er ontbreken contexten bij veel namen en gebeurtenissen.

Slotconclusie: het boek is een toegankelijke, onderhoudende reis- en geschiedenisintroductie die Luitens liefde voor een complex en vaak verkeerd begrepen deel van Europa goed overdraagt, maar het beantwoordt de centrale vraag — of hij Centraal‑Europa werkelijk beter verstaanbaar maakt — niet zonder meer.