Cello aan de Gazaanse kust: 'Alles kan vernietigd worden, behalve de horizon'
In dit artikel:
21 mei 2026 — In een fotodagboek van de Palestijnse fotograaf Hamed Sbeata staat het gewone, zachte verzet van jonge kunstenaars in Gaza centraal: mensen die, ondanks oorlog en schaarste, proberen iets moois te maken. Op een avond aan de boulevard bij de zee fotografeerde Sbeata de 22‑jarige Haifa Bassam Abu Shamala. Overdag werkt zij als graphic‑ en UX/UI‑ontwerper na een studie computerwetenschappen; ’s avonds pakt ze haar cello. Muziek geeft haar een uitweg, een taal voor gevoelens die anders moeilijk te uiten zijn. Terwijl ze speelt mengen de diepe, langzame tonen zich met het ruisen van de golven; omstanders blijven staan, kinderen kijken of filmen, en even ontstaat er een stille, gedeelde aandacht die in Gaza zeldzaam is.
Niet ver daarvandaan organiseerden vrijwilligers een eenvoudige kunstworkshop voor meisjes: potloden, papier en wat verf op plastic tafels. Een begeleidster, kunstenares Noura, vertelt dat tekenen voorheen een hobby was maar nu een manier is om angst tastbaar te maken en kinderen rust te geven. De groep verhuisde van het stadspark naar het strand omdat de zee volgens haar nog als enige plek vrij en open aanvoelt; de horizon biedt een kleine mentale ontsnapping waar materiële ruimtes vaak vernietigd worden.
Sbeata zegt dat hij meestal zoekt naar beelden van verlies en ontwrichting — verwoeste gebouwen, vluchtende families, schaarse voorzieningen — maar die avond fotografeerde hij iets anders: geen groot verhaal van overwinning, maar kleine handelingen van scheppen en vasthouden. De foto’s tonen Haifa met gesloten ogen, geconcentreerd in de muziek, kinderen die rustig tekenen, en het rituele moment van applaus toen ze stopte met spelen. Deze dagelijkse cultuurbezigheden functioneren als stille vormen van verzet en als middelen om grip te krijgen op trauma en onzekerheid.
Het verhaal illustreert hoe kunst in Gaza niet alleen esthetiek is, maar ook een praktische bron van troost en gemeenschapsvorming — een manier om menselijkheid en hoop te bewaren te midden van conflict.