CDA-lijsttrekker Rogier Havelaar: 'Dit stadsbestuur polariseert: iedereen die anders denkt, wordt weggezet'

vrijdag, 20 februari 2026 (20:31) - Het Parool

In dit artikel:

Rogier Havelaar, sinds ongeveer tweeënhalf jaar fractievoorzitter van CDA Amsterdam, profileert zich scherp richting de gemeenteraadsverkiezingen met een ondernemersvriendelijk en gemeenschapsgericht programma. De 42-jarige politicoloog — ooit actief bij de ChristenUnie en na zijn coming-out overgestapt naar het CDA — wil de partij in de stad van één naar vier zetels brengen en bij voorkeur deel uitmaken van een nieuw college.

Havelaar beschouwt zichzelf als behorend tot de christelijk‑sociale vleugel van het CDA: pragmatisch, gefocust op fatsoen en verantwoordelijkheid, en minder bezig met cultureel‑identitaire doorbraken. In de Stopera staat hij bekend als een precies en soms eigenzinnig raadslid. Centraal in zijn campagne staat het herstel van de maatschappelijke functionaliteit: volgens Havelaar polariseert het huidige stadsbestuur te veel en keert het zich vaak tegen ondernemers en maatschappelijke initiatieven.

Op toerisme voert Havelaar een duidelijk ander geluid dan de huidige collegekoers. De door inwoners afgedwongen bovengrens van twintig miljoen bezoekers per jaar wil hij niet als absoluut einddoel handhaven. In zijn visie moet die limiet een instrument blijven: bij overschrijding moet extra toeristenbelasting worden ingezet voor concrete maatregelen — zoals het opkopen van hotelvergunningen en extra schoonmaak — in plaats van zich enkel te richten op aantallen. Hij pleit ook voor praktische ingrepen om overlast in de binnenstad te beperken, zoals sluiting van ramen in de Wallen op piekmomenten en een ingezetenencriterium voor coffeeshops.

Ook de cruisevaart mag terugkeren op zijn lijst van prioriteiten. Havelaar vindt een verbod symptomatisch en contraproductief: hij ziet kansen om met inkomsten uit cruises investeringen te financieren en stelt dat duurzame innovaties (bijvoorbeeld volledig elektrische cruiseschepen) juist door het aantrekken van ondernemerskracht kunnen versnellen. Hij betoogt dat Amsterdam al een zeer groene terminal heeft en dat stimulering van duurzame oplossingen effectiever is dan verbieden.

Op sociaal‑maatschappelijk terrein wil Havelaar de nadruk leggen op gemeenschapsleven: meer steun voor vrijwilligerswerk, sportverenigingen en buurtmaaltijden, en minder relatief veel geld voor culturele instellingen. Volgens hem zijn sommige culturele subsidies de afgelopen jaren disproportioneel gegroeid en zou er meer moeten gaan naar sport en lokale verenigingen. Financieel pleit hij voor bezuinigingen en voorwaardelijke terughoudendheid bij het verhogen van gemeentelijke lasten: eerst moet de gemeente haar taken efficiënter uitvoeren voordat er structureel extra wordt gevraagd.

Een opvallende lokale afwijking van de landelijke CDA‑lijn is zijn opstelling ten aanzien van religieuze uitingen bij buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s): Havelaar wil dat niet per se verbieden maar benadrukt dat neutraal handelen gewaarborgd moet blijven. Politiek taktisch spreekt hij openlijk met diverse partijen over samenwerking, maar sloot Forum voor Democratie uit; GroenLinks’ activistische houding schrikt hem af, terwijl hij eerder meer aansluiting voelt bij VVD, D66 en deels PvdA.

Kort gezegd positioneert Havelaar het CDA als een samenlevingspartij die ondernemers en verenigingen wil steunen, de leefbaarheid wil herstellen en pragmatische, resultaatgerichte oplossingen prefereert boven symbolische politiek. Hij zoekt uitbreiding van de partijbasis en een plek binnen het college, met een agenda die inzet op meer daadkracht richting ondernemers en meer steun voor lokaal verenigingsleven.