CBS ziet daling verdrinkingsdoden, maar ouderen blijven risico
In dit artikel:
Het CBS meldt dat in 2025 honderd Nederlanders zijn omgekomen door accidentele verdrinking, dertien minder dan in 2024 (113). Over de periode 2021–2025 stierven in totaal 464 mensen door verdrinking; het vijfjarig gemiddelde ligt op 93 per jaar. Ruim de helft van de slachtoffers (bijna 54%) overleed in sloten, rivieren, kanalen of grachten; verdrinkingen op zee waren zeldzaam (iets meer dan 4%), terwijl ongeveer 16% in of rond het huis en bijna 16% in vijvers of plassen plaatsvonden.
Ouderen vormen een hoge-risicogroep: in 2025 was 41% van de accidentele verdrinkingsslachtoffers 60 jaar of ouder (ongeveer 0,8 doden per 100.000 inwoners in die leeftijdsgroep). Kinderen tot 10 jaar hebben het laagste risico (0,2 per 100.000) — hun verdrinkingsrisico daalde sterk sinds de jaren vijftig. Niet alle waterdoden zijn accidenten: in 2025 waren er ook ongeveer honderd verdrinkingen door zelfdoding en 42 door verkeersongelukken; bij verkeersdoden reed in negen van de tien gevallen een voertuig (vaak fiets of personenauto) het water in.
Regionaal vallen Zuid‑ en Noord‑Holland op: samen waren daar een kwart van alle verdrinkingen in de afgelopen vijf jaar (115 in Zuid‑Holland, 86 in Noord‑Holland). Gemeten per oppervlak water zijn Utrecht, Noord‑Brabant en Limburg het meest getroffen (respectievelijk 0,44 en 0,32 verdrinkingsdoden per km² water). De cijfers tonen dat oorzaken en risico’s per leeftijdsgroep verschillen, wat gerichte preventie — zoals aandacht voor oudere zwemmers, barrières bij water, gebruik van reddingsmiddelen en verkeersveiligheid langs waterwegen — relevant maakt.