Casinopensioen slaat keihard toe: Miljoenen Nederlanders zien hun opgebouwde pensioen verdampen!
In dit artikel:
Drie grote pensioenfondsen die op 1 januari zijn overgestapt naar het nieuwe, meer marktgebonden pensioenstelsel — PFZW, PMT en bpfBOUW — kregen in het eerste kwartaal meteen forse tegenvallers te verwerken. Door wereldwijde onrust (onder meer de uitbraak van het conflict tussen Iran en Israël) en dalende rentes stegen de kosten om toekomstige uitkeringen zeker te stellen, terwijl beleggingswaarden onder druk kwamen te staan. Dat leidde tot sterke dalingen in opgebouwde pensioenkapitaal, met name voor jongere deelnemers.
Concreet rekende PMT op basis van voorlopige cijfers voor zich uit dat ingegane pensioenen per 1 januari volgend jaar met 0,4 procent omlaag zouden moeten; voor een 35-jarige deelnemer bij PMT viel het opgebouwde vermogen in Q1 ongeveer 16 procent terug. Bij bpfBOUW daalde het verwachte pensioen voor deelnemers vlak voor hun pensioen met circa 2 procent. PFZW waarschuwde dat forse pensioenverhogingen de komende jaren niet meer voor de hand liggen, omdat beleggingsresultaten nu over meerdere jaren worden uitgesmeerd. Een woordvoerster noemde de cijfers een “momentopname”.
Critici wijzen erop dat het nieuwe stelsel pensioenen meer direct laat meebewegen met de financiële markten, waardoor leeftijdsverschillen veel groter worden en jongeren relatief zwaarder worden getroffen. Fondsen benadrukken maatregelen zoals solidariteitsreserves en het uitsmeren van resultaten om schommelingen te dempen, maar voor veel deelnemers betekent de eerste marktvolatiliteit direct verlies van koopkracht in hun pensioenopbouw.
Kort samengevat: de overgang naar het nieuwe stelsel heeft in Q1 geleid tot aanzienlijke waardedalingen van opgebouwde pensioenaanspraken, vooral voor jongere deelnemers, en heeft discussie opgeroepen over risicoverdeling, bescherming van deelnemers en de effecten van marktvolatiliteit op langetermijnpensioenen.