Cas ontdekte per toeval dat hij geen zoon is van zijn vader: 'Wil mijn donor nog niet ontmoeten'

woensdag, 6 mei 2026 (09:16) - RTL Nieuws

In dit artikel:

Een paar jaar geleden deed Cas uit nieuwsgierigheid een commerciële DNA-test (MyHeritage). De uitslag liet geen Italiaanse afkomst zien, maar onthulde wel familieleden die eerder zo’n test hadden gedaan — en bovenaan stond een halfzus waarvan hij nog nooit had gehoord. Hij vertelde het aanvankelijk niet serieus, maar vorig jaar lieten ook zijn twee zussen zich testen. De tests wezen uit dat de drie als halfbroer en -zussen uit hetzelfde donorbestand kwamen; één zus bleek bovendien zeven andere halfsibs te hebben.

Die ontdekking zette de familie op scherp. Cas en zijn jongste zus waren via kunstmatige inseminatie verwekt; hun ouders zeiden altijd dat het zaad van de vader was gebruikt en hadden hen volgens toen geldende richtlijnen niet verteld dat er een anonieme donor in het spel zou zijn. Toen de familie de naam van de gynaecoloog opzocht — Henk Ruis — stuitten ze op een nieuwsbericht uit 2022 over een arts die zijn eigen zaad gebruikte om patiënten te bevruchten. Dat maakte de zaak nog indringender: hoe kon het dat de familie dacht dat ze genetisch verwant waren aan hun vader, terwijl de DNA-test iets anders liet zien?

De emotionele nasleep was groot. Cas beschrijft een week “als een zombie”; hij kreeg twijfels over identiteit en keek anders naar zijn vader. Tegelijk bleef zijn vader emotioneel stabiel en benadrukte dat er niets veranderde in hun gezin: hij bleef hun vader en was blij dat iedereen gezond was. Voor zijn moeder was het extra pijnlijk — zij ervoer het rangschikkend, alsof er zonder haar volledige instemming sperma van een andere man was ingebracht — en ze wilde er aanvankelijk met niemand over praten.

Met toestemming van ouders en zussen maakte Cas de podcast Koekoekskind, die dit weekend verschijnt. Het doel is niet alleen het delen van hun persoonlijke verhaal, maar ook het onderzoeken van systemische misstanden in fertiliteitsklinieken van zo’n 30–40 jaar geleden. In gesprekken met deskundigen en betrokkenen komen twee belangrijke verklarende lijnen naar voren: enerzijds waren sommige artsen destijds zeer experimenteel en gericht op succesvolle zwangerschappen, soms zelfs bereid in te grijpen als een donor niet kwam opdagen; intenties waren niet altijd kwade opzet, maar er ontbrak ethisch besef en controle. Anderzijds had politiek-religieuze weerstand tegen donorzaad ertoe geleid dat er weinig wettelijke regulering bestond, waardoor artsen vaak in praktijk “solistisch” konden handelen.

Cas kreeg de gynaecoloog enkele keren te spreken, maar houdt het contact vaag en onbevredigend; het blijft onduidelijk wat precies is misgegaan en waarom in hun geval het vermeende gebruik van vadersperma niet klopte. Voor de zekerheid heeft zijn vader zich aangemeld bij FIOM (de organisatie die donorkinderen en donoren faciliteert), omdat er in theorie ook mix-ups met zaadmonsters mogelijk zijn. Cas zelf is terughoudend om zijn donor te ontmoeten, deels uit loyaliteit aan zijn vader en omdat hij er nog niet aan toe is; zijn zus heeft inmiddels wel contact met haar donorvader.

Cas hoopt dat de podcast het debat over verantwoordelijkheid, erkenning en eventuele politieke excuses aanwakkert. Hij benadrukt dat weten van je biologische afkomst belangrijk is en dat de verhalen van donorkinderen, afstandsmoeders en geadopteerden meer aandacht verdienen — niet alleen als schrijnende anekdotes, maar om te voorkomen dat ongereguleerde praktijken opnieuw schade veroorzaken.