Carola van der Mast (54) begon met roken op haar tiende, nu is ze gestopt
In dit artikel:
Sinds 2001 is het aandeel rokers in Nederland gehalveerd tot ongeveer 17 procent van alle 12-plussers, maar in wijken met veel stress, geldzorgen en een lagere sociaaleconomische status blijft roken hardnekkig. Actiegroep Tabaknee waarschuwt dat vooral lager opgeleiden en bewoners van achterstandswijken achterblijven; bovendien nemen jongeren vaker e‑sigaretten, waarbij vapen volgens onderzoek van het Trimbos Instituut regelmatig samengaat met het opsteken van gewone sigaretten.
Om dat gat te dichten startten Pharos en zorgkoepel GGD‑Ghor het programma ‘Rookvrij leven voor iedereen’, gericht op 38 zogenaamde aandachtswijken. De aanpak verschilt van klassieke voorlichtingscampagnes: hulpverleners voeren eerlijke, niet‑oordelende gesprekken met bewoners om te achterhalen welke rol roken in hun leven speelt en welke belemmeringen er zijn om te stoppen. “We gaan oordeelvrij de dialoog aan”, aldus projectleider Marieke Helmus. Dat doorbreekt volgens haar de reflex om dicht te klappen en verlaagt de drempel om hulp te zoeken.
Persoonlijke verhalen maken duidelijk waarom die benadering werkt. In buurthuis Ons in Breda vertelt Bart Mulders (65) dat hij al op achtjarige leeftijd begon met roken en tweeënhalf jaar geleden stopte, deels gemotiveerd door uitstel van een knieoperatie vanwege zijn gezondheid. Mulders noemt zichzelf niet anti‑roker, maar juist vóór stoppen. In de arbeiderswijk Hoge Vucht behaalde ook Carola van der Mast (54), die op haar tiende begon, succes: met nicotinepleisters en de steun van een stoppen‑met‑rokencoach en buurtgenoten stopte ze uiteindelijk. Een terugval rond kerst toonde volgens haar dat schaamte en sociale steun een grote rol spelen bij het volhouden.
Coaches zoals Merita van Mook benadrukken dat stoppen zelden alleen een kwestie van wilskracht is. Problemen als psychische druk en geldzorgen vragen om een integrale aanpak waarbij iemand niet louter als ‘roker’ wordt gezien. Financieel levert stoppen meestal voordeel op — deelnemers schatten hun rookuitgaven eerder op zo’n 25 euro per dag — maar in de praktijk verschuift het bestedingspatroon soms naar andere dingen, waardoor de materiële winst niet altijd duidelijk wordt ervaren.
Gezondheidswinst is er wel: deelnemers merken verbeterde reuk, ademhaling en mobiliteit. Tegelijk relativeren zij de veranderingen; stoppen betekent niet automatisch gezonder eten of ineens gaan sporten. Veel deelnemers worden door hun ervaringen ambassadeurs in hun buurt, wat de lokale stopstemming verder versterkt.
Kortom: de grootste winst van het wijkprogramma zit niet alleen in onmiddellijk stoppen, maar in het mogelijk maken van open, niet‑veroordeelende gesprekken die leiden tot steun, herhaalde pogingen en geleidelijke gedragsverandering. Om roken structureel terug te dringen in kwetsbare wijken is blijvende aandacht nodig voor de onderliggende leefomstandigheden en maatwerk in ondersteuning.
De Oranjezomer: Sander de Kramer raakt Leontien van Moorsel in het gezicht: 'Au, mijn neus'