Carola Schouten en Els van Doesburg: 'Een groot deel van burgemeester zijn is knuffelen'

vrijdag, 14 augustus 2026 (11:12) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

De Rotterdamse burgemeester Carola Schouten en haar Antwerpse collega Els van Doesburg spreken elkaar in Rotterdam tijdens een uitgebreid diner in Hotel New York. Hun ontmoeting vindt plaats op een dag waarop in Rotterdam een ernstig tramongeluk is gebeurd. Schouten vertelt dat ze bij de Erasmusbrug was om gewonden, hun families en hulpverleners te steunen. De gebeurtenis roept herinneringen op aan een zware brand in Antwerpen begin juli, waarbij vijf vrouwen omkwamen en zestien bewoners gewond raakten. Schouten was toen op huwelijksreis, maar stuurde Van Doesburg direct een steunbericht.

Beide burgemeesters benadrukken dat ze in crisissituaties vooral aanwezig willen zijn voor slachtoffers en inwoners, ongeacht hun kleding of persoonlijke omstandigheden. Ze zien empathie, nabijheid en het vermogen om mensen te verbinden als belangrijke onderdelen van hun ambt. Schouten werd in oktober 2024 beëdigd als eerste vrouwelijke burgemeester van Rotterdam, nadat ze eerder minister, vicepremier en Kamerlid voor de ChristenUnie was. Ze zegt dat haar politieke kleur als burgemeester minder belangrijk is geworden dan het belang van de stad. Zo steunde ze snel een volledig vuurwerkverbod, hoewel haar partij daar gematigder over was.

Van Doesburg, geboren in Nederland en opgegroeid bij Antwerpen, werd in februari 2025 op 35-jarige leeftijd de derde vrouwelijke burgemeester van Antwerpen en de jongste burgemeester van de stad. Ze volgde partijgenoot Bart De Wever op, die premier van België werd en formeel titelvoerend burgemeester bleef. Voor haar burgemeesterschap schreef Van Doesburg uitgesproken en soms provocerende columns over onder meer gender, feminisme en maatschappelijke normen. In haar nieuwe rol probeert ze terughoudender te zijn en vraagt ze zich vaker af of een publieke uitspraak de stad werkelijk helpt. Ze wil desondanks een no-nonsensebestuurder blijven.

Rotterdam en Antwerpen zijn volgens de twee bestuurders tegelijk concurrenten en bondgenoten. De havensteden willen samen in Brussel opkomen voor veiligheid, duurzaamheid en investeringen in hun havens en industriële clusters. Door hun strategische positie als NAVO-havens kunnen ze bovendien potentiële doelwitten zijn. Schouten en Van Doesburg vinden dat Europa minder naïef moet zijn tegenover de Verenigde Staten en China en meer moet samenwerken op het gebied van infrastructuur, spoorwegen, pijpleidingen, grondstoffen en kennis. Niet alleen bedrijven of afzonderlijke havens moeten profiteren: investeringen moeten volgens hen het hele continent versterken.

Ook de bestrijding van drugscriminaliteit staat centraal. Jongeren uit Nederland zijn naar Antwerpen uitgeweken nadat Rotterdam de beveiliging van de haven aanscherpte. Beide steden werken daarom nauwer samen met bedrijven en politie. Rotterdam paste bijvoorbeeld de toegang tot vrachtwagens aan, nadat criminelen pincodes eenvoudig konden doorgeven. De burgemeesters waarschuwen dat vooral minderjarigen als uithalers worden geronseld. Ze willen niet alleen harder optreden, maar jongeren ook perspectief bieden via school, sport en vrije tijd. Schouten zegt dat geen veertienjarige als verloren mag worden beschouwd; Van Doesburg benadrukt tegelijk dat jongeren moeten weten dat een criminele carrière in de gevangenis kan eindigen.

Tijdens huisbezoeken spreken ze met jongeren, ouders en alleenstaande moeders. Van Doesburg legt daarbij nadruk op ouderlijke verantwoordelijkheid en duidelijke grenzen, maar zegt dat jeugdcriminaliteit uiteindelijk een probleem van de hele stad blijft. Schouten formuleert het inclusiever: het zijn volgens haar niet jongeren met een bepaalde achtergrond, maar haar jongeren. Over de politie verschillen ze enigszins van toon. Van Doesburg verzet zich fel tegen het beeld dat de politie tegen jongeren of racistisch zou zijn. Schouten vindt die formulering te hard, maar verdedigt eveneens het belang van veiligheid en pleit voor een diverse politie en a-selectief preventief fouilleren.

Het conflict in Gaza vormt een ander polariserend onderwerp. Van Doesburg verdedigt de Israëlische vlag aan het Antwerpse stadhuis als onderdeel van een tachtigjarige traditie, niet als steun aan de regering-Netanyahu. Ze wil demonstraties toestaan, maar trekt grenzen bij geweld, intimidatie en het verbranden van vlaggen. Schouten zegt het Palestijnse leed te voelen, maar ook te zien dat Joodse Rotterdammers hun identiteit soms voor hun kinderen verborgen houden. Beiden vinden dat internationale conflicten het lokale samenleven niet mogen ontwrichten. Schouten ziet gesprekken tussen islamitische, joodse, christelijke en humanistische Rotterdammers als een belangrijke manier om contact te houden, ook wanneer overeenstemming ontbreekt.

Moederschap speelt in hun bestuursstijl een zichtbare rol. Schouten voedde haar zoon als alleenstaande moeder op en zegt dat ze als burgemeester probeert iedere inwoner zonder oordeel als mens te zien. Van Doesburg legde haar burgemeestersseed af toen ze 24 weken zwanger was. Ze wil haar werk combineren met een actief gezinsleven en maakte tijd voor borstvoeding, kolven en de dagelijkse zorg voor haar zoon. Volgens haar is het geen teken van professionaliteit om gezinsmomenten voortdurend op te offeren voor de politiek. Schouten erkent dat de stad in haar leven vaak voorgaat, maar zegt ook dat haar man haar soms terecht afremt.

Hun religieuze achtergrond helpt hen naar eigen zeggen om met verschillende groepen in gesprek te gaan. Van Doesburg noemt zichzelf cultuurchristen en draagt een kruisje; Schouten ziet geloof vooral als een opdracht om mensen zonder oordeel en vanuit liefde te benaderen. Ze benadrukken dat burgemeesterschap niet alleen draait om snelle politieke standpunten, maar ook om geraakt kunnen worden, luisteren en troost bieden. Aan het einde van het gesprek concluderen ze dat een burgemeester soms vooral aanwezig moet zijn en iemand moet vasthouden. Ze willen het gesprek binnenkort voortzetten, dan met hun echtgenoten erbij.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: 'The Champ' richt zich in video tot René van der Gijp, Wim Kieft, Michel van Egmond en Rob Jansen