Carnavalswagen bouwen steeds duurder, daarom betalen gemeenten mee

zondag, 1 februari 2026 (12:16) - NOS Nieuws

In dit artikel:

Het bouwen van carnavalswagens in delen van Nederland wordt financieel steeds zwaarder door oplopende energie-, materiaal- en verzekeringskosten. Om te voorkomen dat wagenbouwers afhaken, sturen meerdere gemeenten financiële steun: in Limburg (Roermond, Roerdalen, Maasgouw, Beesel), in Gelderland (Berg en Dal) en in Brabant (Bladel). De provincie Limburg onderzoekt ook of zij volgend jaar middelen kan vrijmaken; voor het lopende carnavalsseizoen is dat te laat.

Beesel voert dit jaar een nieuwe subsidieregeling in: maximaal €200 per gemotoriseerd voertuig wanneer het meeloopt in een optocht binnen de gemeente. Voor verenigingen als De Prutsers is dat welkom: hun wagen kostte recent ongeveer €3.500 en leden leggen ondanks sponsoren nog zelf bij. De bijdrage helpt vooral de stijgende verzekeringslasten te drukken.

Verzekeringen vormen een belangrijk pijnpunt. Praalwagens moeten per optocht verzekerd worden en premies zijn sinds 2020 met circa 19% gestegen, mede door inflatie en hogere letselschadelasten, aldus een betrokken verzekeraar. Ook zijn eisen aangescherpt: een hek van minimaal 1,20 meter en maximaal twintig personen op het voertuig. Dat raakt groepen zoals De Prutsers die met 24 mensen willen meedoen; om aan regels te voldoen zijn extra begeleiders langs de wagen nodig, wat de organisatie en kosten verder vergroot.

Volgens de Bond Carnavalsverenigingen in Limburg leiden de hogere lasten en strengere regels ertoe dat sommige bouwgroepen terugschalen naar loopgroepen met handkarren of helemaal stoppen, wat volgens betrokkenen verlies van een lokaal-burgerlijk cultuurelement betekent. Wethouder Linda van den Beucken van Beesel benadrukt dat wagenbouw veel sociale binding oplevert en dat de subsidieregeling daarom een zinvolle besteding van gemeenschapsgeld is om de traditie te behouden.

Kortom: gemeenten proberen via subsidies de continuïteit van wagenbouw en daarmee een regionaal cultuurgoed veilig te stellen, terwijl structurele problemen zoals verzekeringskosten en strengere regels de toekomst onzeker blijven maken.