Calvinist John Newton leerde van atheïsten en rooms-katholieken, maar deed geen water bij de wijn
In dit artikel:
Marylynn Rouse bestudeert al zo’n dertig jaar het leven en werk van John Newton, de ex-schapenkapitein die zich bekeerde en predikant werd in Olney (1764–1780) en later in Londen (1780–1807). Haar interesse begon tijdens een langdurige ziekte, toen ze in het Newton & Cowper Museum handgeschreven preekaantekeningen ontdekte die niet in zijn gepubliceerde werken stonden. Uit die vondst ontstond samen met een vriend de stichting The John Newton Project; Newton-biograaf Jonathan Aitken noemt Rouse een autoriteit op het onderwerp.
Belangrijke feiten uit Newtons leven die Rouse naar voren haalt: Newton was betrokken bij de slavenhandel voordat zijn bekering hem naar het geestelijk ambt bracht. Op 1 januari 1773 werd in Olney voor het eerst het lied gezongen dat later bekend zou worden als “Amazing Grace”, in de context van een nieuwjaarspreek waarin Newton de universele verdorvenheid van de mens en de onvoorwaardelijke, onverwachte genade van God besprak.
Rouse belicht Newtons brede invloed als pastor, schrijver en briefschrijver. Zijn jaren als douaneambtenaar in Liverpool na zijn bekering stimuleerden hem tot het schrijven van brochures, preken en gezangen (naar schatting minstens vijftig vóór zijn predikantschap). Hij hechtte veel waarde aan brievenpastoraat; die correspondentie bundelde hij later tot Cardiphonia. Rouse werkt nu onder meer aan transcripties van Newtons brieven aan William Wilberforce voor het Wilberforce Diaries Project; die editie wordt naar verwachting eind 2026 uitgegeven. Ook bracht zij onbekende brieven aan het licht tussen Newton en zendingspionier William Carey.
Intellectueel was Newton niet dogmatisch gesloten: hij las auteurs waar hij niet mee instemde en raadde Wilberforce vooral aan de Bijbel centraal te stellen. Rouse prefereert Newtons handgeschreven preekaantekeningen boven zijn gepolijste uitgaven omdat die persoonlijker en meer op zijn eigen gemeente gericht zijn. Ze tonen zijn pastorale stijl: concreet, bemoedigend en betrokken.
Sociale en kerkelijke omgang waren kernpunten van Newtons praktijk. Hij hanteerde drie essentiële waarheden—Christus gekruisigd, Gods liefde en evangelische heiliging—en zocht de samenwerking met diverse kerkelijke bewegingen. In Londen richtte hij de Eclectic Society op en sloot vriendschappen met uiteenlopende predikanten en gelovigen. Tegenover tegenstanders koos hij niet voor confrontatie maar voor liefdevolle inzet, waarbij hij anderen steeds in vergelijking met zichzelf zag als zondaars die toch hoop verdienden. Rouse zet zich in om die pastorale erfenis en de nog niet volledig gepubliceerde bronnen toegankelijk te maken voor hedendaagse lezers.