Cabaretier Eric van Sauers schaamt zich dat hij niet in Limburg en Groningen wil optreden: 'Die arrogantie. Alsof ik daar te groot voor ben'

zondag, 22 februari 2026 (14:02) - Het Parool

In dit artikel:

Eric van Sauers, al vier decennia Amsterdammer, vertelt in dit interview hoe zijn leven en de stad sterk veranderden. Van Sauers groeide op in verschillende Nederlandse steden, zat op internaat en werd als jongeman van scholen gestuurd. Op zijn achttiende vestigde hij zich in Amsterdam; eerst woonde hij in de Czaar Peterstraat, later op het huidige Borneo-eiland. Als tiener en jongvolwassene verdiende hij geld op de Wallen met de verkoop van leren kleding die zijn broer in Turkije liet maken — een tijd waarin de buurt rauwer en ruiger was dan nu.

Momenteel toert Van Sauers met zijn nieuwe theatershow #Unmute, al bij voorkeur dichtbij Amsterdam: hij vroeg impresariaat om niet naar Groningen, Friesland, Zeeland en Limburg te gaan, omdat lange reistijden hem afschrikten. Hij schaamt zich voor die keuze en noemt het verwend gedrag; na aanvankelijke terughoudendheid speelt hij de voorstelling inmiddels vaker. De show gaat over communicatie — lichaamstaal, taalgebruik en veranderende sociale spelregels — en hij presenteert zichzelf als een oudere toeschouwer die die wijzigingen beschouwt en becommentarieert. Oorspronkelijk wilde hij een rad gebruiken om willekeurige verhalen te laten kiezen, maar op advies van zijn regisseur beperkte hij dat theatrale element omdat het ten koste ging van de kwaliteit voor het publiek.

Van Sauers beschrijft zijn buurt op Borneo-eiland als gezellig en middenklasseachtig, met zomers zwemmen voor de deur en spelende kinderen, maar hij voelt dat het weinig van het traditionele Amsterdam in zich heeft. Hij maakt zich zorgen dat kinderen die in zulke enclaves opgroeien de stad niet echt leren kennen. Tegelijkertijd ziet hij veranderingen in de stad positief: zonder stadsvernieuwing en groei had hij niet op de plek kunnen wonen waar hij nu woont. Hij verwerpt klaagzangen over expats en stelt dat stad en mensen moeten kunnen doorgroeien.

Over publieksverschillen merkt hij op dat kleinere plaatsen vaak terughoudender lijken — mensen daar kijken eerst of anderen lachen voordat ze zelf lachen — en dat de dag van de week veel invloed heeft: donderdag voelt als een voorproefje op het weekend, dinsdag juist niet. Favoriete podia in Amsterdam noemt hij vooral plekken waar het publiek een eigen sfeer heeft: de Kleine Komedie, Bijlmer Parktheater (waar hij bewondering heeft voor wat Jeffrey Spalburg met comedy liet zien) en de Meervaart; Carré voelt voor hem nooit echt passend.

Persoonlijke herinneringen kleuren veel van zijn observaties: de losse, nachtelijke sfeer op de Wallen waar hij werkte, de gewelddadige armoede en het ‘verschuiven’ van mensen, en later het moeten wennen aan de leegte toen die specifieke figuren weggetrokken waren. Hij reflecteert ook op zijn familie — een rusteloze moeder, een vader die rechten studeerde en hem aanspoorde die richting uit te gaan — en op hoe die achtergrond hem gevormd heeft.

Alles bij elkaar levert Van Sauers een verhaal op van iemand die tegelijk nostalgisch en realistisch is: hij koestert de diversiteit en gelaagdheid van Amsterdam, maar erkent dat veranderingen onvermijdelijk zijn en soms nodig om persoonlijke kansen mogelijk te maken. Zijn nieuwe voorstelling is een poging taal en gedrag in die veranderende context onder de loep te nemen.