Burgers vinden klimaatbeleid oneerlijk en willen minder bijdragen
In dit artikel:
Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) signaleert in zijn jaarlijkse peiling onder 3.200 Nederlanders dat draagvlak voor klimaatbeleid afneemt: weliswaar vindt nog een meerderheid dat Nederland moet bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering, maar dat aandeel is gedaald van 85 procent in 2022 naar 73 procent en nu 69 procent. Ook de bereidheid om zelf iets te doen kromp; het aandeel dat dat belangrijk vindt ging van 71 naar 64 procent in één jaar.
Een belangrijke verklaring is volgens het SCP dat veel mensen de kosten van de klimaataanpak als oneerlijk ervaren: 82 procent ziet ongelijkheid tussen burgers en bedrijven en 78 procent tussen arm en rijk. Dat gevoel van onrechtvaardigheid ondermijnt het vertrouwen in beleid, zeker omdat in de praktijk maatregelen soms juist hogere inkomens het meeste laten profiteren (bijvoorbeeld bij subsidies voor woningisolatie en elektrische auto’s).
Het onderzoek toont verder welke instrumenten wel of niet populair zijn: ‘wortel’-maatregelen scoren beter dan harde belastingen; investeringen in groene waterstof en openbaar vervoer hebben ruime steun, terwijl een vleestaks op weinig bijval kan rekenen (29 procent voor). Kleine meerderheden steunen een vliegtaks en extra gasheffingen voor zware gebruikers. Wind op zee en warmtenetten vinden de meeste mensen acceptabel; over nieuwe kerncentrales is de bevolking verdeeld (ongeveer 51 procent vóór). Een ruime meerderheid (circa driekwart) wil dat de industrie sneller verduurzaamt en staat achter zowel investeringen daarin als hogere belastingen voor vervuilende bedrijven.
Het SCP waarschuwt dat het blijvend gevoel dat de rekening te veel bij burgers wordt gelegd en de grote vervuilers worden ontzien, het draagvlak voor noodzakelijke klimaatmaatregelen kan doen afbrokkelen.