Burgers testen hoe ze bij het uitvallen van internet en telefonie toch met elkaar kunnen communiceren
In dit artikel:
Paul de Haan (65), een doorgewinterde radioamateur uit Culemborg, experimenteert met eenvoudige draadloze apparaatjes—zogeheten “companions” en nodes—om tekstberichten uit te wisselen als internet en mobiele telefonie uitvallen. Het idee: een decentraal mesh-netwerk waarbij elk apparaat zowel zendt als ontvangt en berichten van knooppunt naar knooppunt laat “hopsen”, zodat buren elkaar in nood kunnen vinden en hulp kunnen coördineren zonder centrale telecominfrastructuur.
Het experiment ontstond lokaal: een buurtgroep, De Culemburgers, maakte in januari kennis met mesh-technologie. Sindsdien groeit het gebruik in Nederland; volgens Mesh Metrics zijn er inmiddels circa 2.200 actieve companions — meer dan een verdubbeling in drie maanden — mede gevoed door spanningen in de wereld en recente black-outs elders. Mesh-systemen vergelijkbaar met deze werden eerder ingezet in Hongkong (2019) en in delen van Oekraïne bij uitval van reguliere netwerken.
In Amsterdam loopt sinds februari een vier maanden durende pilot (NodeNet) op de Nieuwmarkt, uitgevoerd door de gemeente en Waag Futurelab met 25 buurtbewoners. Rotterdam start een vergelijkbaar traject en het burgerinitiatief LocalMesh wil op termijn landelijk dekking realiseren. Ook veiligheidsregio’s en de politie volgen de ontwikkeling. De gemeente Amsterdam ziet het project als onderdeel van een breder plan om de stad tegen 2035 digitaal autonomer te maken en minder afhankelijk van grote Amerikaanse techbedrijven.
Technisch onderscheiden zich systemen: Meshtastic is simpel en bruikbaar voor kleine, ad‑hoc netwerken; MeshCore werkt met vaste nodes en repeaters (vaak op daken met zonnepanelen) voor grotere, permanente dekking. Nodes zijn goedkoop (rond de €70) en zenden op de vergunningsvrije 868 MHz-frequentie. In de praktijk blijkt het bereik soms verrassend groot: kaartjes tonen verbindingen tot in Friesland en zelfs signalen richting Groot-Brittannië en Duitsland. Maar de betrouwbaarheid laat te wensen over: naar schatting raakt ongeveer de helft van de verzonden berichten zoek. Oorzaken zijn fundamenteel — een node kan niet ontvangen terwijl het zendt — en praktisch: te veel repeaters in compacte gebieden veroorzaken botsingen en overbelasting van de beperkte bandruimte.
Gebruikers in de pilot sturen wekelijks zo’n veertig korte testberichten om het netwerk draaiende te houden; veel deelnemers zijn nerds, radioamateurs en makers die graag experimenteren. De gebruikerservaring benadrukt zowel de kracht als de kwetsbaarheid van decentralisatie: er zijn geen centrale regels, wat vrijheid geeft maar ook rommeligheid veroorzaakt. Technische oplossingsrichtingen worden getest—zoals het verlagen van de spreading factor om zendingen betrouwbaarder maar met beperkter bereik te maken—en er is behoefte aan meer coördinatie, afspraken over bandgebruik en eenvoudige plekken voor technische hulp.
Praktische motieven spelen een grote rol. Voor De Haan en anderen is het vooral een manier om in een calamiteit hulp te kunnen oproepen voor kwetsbaren in de straat; voor Tije de Jong en mede-experimentatoren is het ook een manier om minder afhankelijk te zijn van ‘big tech’ en sociale media. Historische voorbeelden van black-outs (zoals in Spanje en Portugal) en eerdere Nederlandse storingen tonen aan dat communicatie cruciaal is tijdens crisissen: informatie-uitval vergroot angst en bemoeilijkt hulpverlening. Hoewel amateurzendamateurs (zoals DARES) al afspraken hebben met hulpdiensten voor noodcommunicatie richting overheid, vullen deze mesh-netwerken de lacune voor direct burger‑tot‑burgercontact.
De komende weken testen buurtbewoners de netwerken live tijdens een gesimuleerde stroomstoring en volgt een evaluatie van de pilot. Conclusies tot nu toe: techniek werkt als basis, maar om echt bruikbaar te zijn in crisissituaties zijn organisatorische inzet (ambassadeurs, duurzame betrokkenheid), laagdrempelige technische ondersteuning en verbeterde betrouwbaarheid noodzakelijk. Voorlopig blijft het mesh‑idee een veelbelovende, maar nog experimentele route naar meer lokale veerkracht en digitale onafhankelijkheid.