Burgers betalen de prijs voor de WEF-illusies van onze overheid
In dit artikel:
In Nederland zijn de afgelopen jaren veel zogenoemde duurzame innovatieprojecten met forse overheidssteun opgezet — van deelauto’s en deelscooters tot windparken en kweekvlees — maar vaak blijkt dat de projecten alleen levensvatbaar zijn zolang de subsidie doorloopt. Zodra de overheidsgelden wegvallen volgt vaak een faillissement en blijven gemeenten en burgers met de rekening zitten. Een recent voorbeeld is deelscooterbedrijf Go Sharing: na het faillissement blijft de Noord‑Hollandse gemeente Hollands Kroon achter met een kostenpost van ruim zes ton en duizenden elektrische scooters die werkeloos opgeslagen staan, onverzekerd, beschadigd en met een verhoogd brandrisico. De casus illustreert het patroon waarbij hooggespannen internationale duurzaamheidsidealen uiteindelijk botsen met lokale praktijken en financiële risico’s voor belastingbetalers. Om herhaling te voorkomen moeten subsidieregelingen volgens critici striktere voorwaarden bevatten, zoals verplichte afbouw‑ en opruimplannen, verzekeringen, en garanties voor de afvoer van materieel, plus betere toetsing van bedrijfsmodellen voordat publiek geld wordt toegekend. Zonder zulke waarborgen blijven veel ‘innovatieve’ experimenten kwetsbaar voor een financieel ontnuchterend einde.