Burgemeester van Gingelom Patrick Lismont start aan zijn laatste jaar in de lokale politiek
In dit artikel:
Patrick Lismont, burgemeester van Gingelom en kopman van Vooruit met Goesting, maakt van 2026 zijn laatste volle bestuursjaar; op 1 januari 2027 geeft hij de sjerp door en trekt zich na 38 jaar in de politiek terug. Lismont (opgeleid als sociaal assistent) werd in 1988 voor het eerst verkozen in zijn dorp, klom na zes jaar op tot schepen en vervult sinds 2016 het burgemeestersambt — daarmee sluit hij een tienjarig burgemeesterschap af.
Hij benadrukt dat de stap bewust is: hoewel hij het werk nog graag doet, wil hij jongeren ruimte geven. “Ik doe het nog elke dag met heel veel plezier, maar ik wil de jongeren niet langer in de weg blijven lopen,” aldus Lismont. Bij zijn vertrek zal hij 67 jaar zijn; hij kijkt uit naar meer tijd voor fietsen, reizen met zijn vrouw en de pasgeboren kleindochter, en plant het eerste pensioenjaar zonder verplichtingen.
Tijdens zijn loopbaan behaalde Lismont sterke electorale resultaten; bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen haalde zijn partij 66,2% van de stemmen, ondanks een verenigde oppositie. Volgens hem wijst dat op langdurig lokaal vertrouwen: wie lokaal regeert, moet doen wat hij belooft.
Inhoudelijk wil hij nog verschillende grote projecten opstarten of verderzetten in 2026. Op zijn palmares staat onder meer de aanleg van stoepen in alle elf kerkdorpen en maatregelen tegen wateroverlast. Voor de komende periode liggen er dossiers klaar zoals de ontwikkeling van een multifunctionele sportsite in Jeuk, de uitbreiding van kinderdagverblijf Minimax en herbestemmingsplannen voor de kerken in Gingelom en Boekhout — zaken die hij zoveel mogelijk wil doorzetten voordat zijn opvolgers het overnemen.
Sinds zijn bekendmaking reageren veel inwoners persoonlijk; vragen of hij het zal missen en of hij nog met evenveel goesting doorgaat. Lismont zegt dat hij tot de laatste dag met plezier zal blijven werken, maar sluit een duidelijke periode van overdracht en vernieuwing af zodat de volgende generatie het lokaal bestuur kan voortzetten.