Bultrug Timmy is dood. Zijn reddingsactie moest een sprookje zijn, maar werd een drama
In dit artikel:
Timmy, een wereldberoemde bultrug, strandde op 23 maart op het Timmendorfer Strand (Duitsland). Deskundigen adviseerden op 1 april alle reddingspogingen te staken: het dier was ernstig verzwakt en had een touw in zijn spijsverteringskanaal dat niet verwijderd kon worden, waardoor de kans op overleven nihil werd beoordeeld. De autoriteiten wilden het dier rustig laten sterven, maar particuliere weldoeners — onder leiding van miljonairs Walter Gunz en Karin Walter‑Mommert — weigerden op te geven en kregen goedkeuring van de deelstaatminister om zelf in te grijpen.
Op 28 april werd de ongeveer twaalf meter lange en naar schatting 12.000 kilo zware walvis in een stalen bassin op een transportschip geplaatst, bestemd voor de zoutere Noordzee. Tijdens de tocht hadden de betrokken schepen, onder meer de Robin Hood en de Fortuna B, te maken met zwaar weer, golven tot twee meter en groeiende onenigheid tussen bemanning, initiatiefnemers en de meevarende dierenarts. Rond 1–2 mei ontstond onduidelijkheid over de vrijlating: beelden tonen dat er tegen afspraken wel een touw aan de staartvin zat en de definitieve loslating op 2 mei om 9.00 uur is niet rechtstreeks vastgelegd; alleen een droneopname toont één laatste waterfontein van Timmy, daarna verdwijnt het dier.
Een geplaatste tracker werkte niet betrouwbaar: gps‑signalen vielen uit en gerapporteerde ‘vitale functies’ konden niet worden geverifieerd. Op 3 mei distantieerden de initiatiefnemers zich van de manier waarop de vrijlating was uitgevoerd en wezen de eigenaren en bemanning aan als verantwoordelijk. De dierenarts die meereisde beschreef de spanningen aan boord en citeerde iemand die na de vrijlating zei: “Eindelijk, dat rotbeest is weg.” De schepen werden daarna door de waterpolitie naar Cuxhaven gebracht en beveiligd; de kapitein van de Robin Hood verklaarde naderhand spijt te hebben van zijn rol en kreeg daarna bedreigingen en reputatieschade.
Critici wezen op gebrekkige coördinatie: de tracker was onvoldoende getest, data werden terughoudend gedeeld of stopten, en deskundigen betwijfelen de betrouwbaarheid van de gemelde meetwaarden. Op 5 mei meldde het Duitse Oceanografisch Museum dat Timmy zeer waarschijnlijk was overleden. Beschermingsorganisatie OceanCare publiceerde diezelfde dag een studie die dergelijke afwijkende liggingen van walvissen deels koppelt aan klimaatverandering en pleitte voor betere protocollen — een aanpak die in Nederland al na 2012 bij strandingen wordt gevolgd (bijvoorbeeld bultrug Johanna), waarbij langdurige en nutteloze reddingspogingen eerder worden gestaakt.
Op 15 mei strandde een dode bultrug bij Denemarken, ongeveer 200 km van de vermoedelijke vrijlatingsplek; na onderzoek bevestigden de Deense en Duitse ministers dat het Timmy betrof. Wat begon als een emotionele reddingsactie eindigde in controverse, financiële kosten (ongeveer 1,5 miljoen) en de conclusie dat menselijke ingrepen, gedreven door sentiment, het dier waarschijnlijk geen echte kans op overleven boden.