Bulgarije stapt over naar de euro, en dat verdeelt het land
In dit artikel:
De euro vervangt per 1 januari de Bulgaarse lev, na goedkeuring door de Europese Commissie in juni en door het Europees Parlement in juli; vanaf 1 februari is betalen alleen nog mogelijk met de euro. Voor Bulgarije, het armste EU-land met circa 6,4 miljoen inwoners, is dit de grootste valuta- en symbolische stap sinds het EU-lidmaatschap in 2007 en volgt het recente lidmaatschap van Schengen. Brussel en de ECB presenteren de overgang als een garantie voor economische voorspoed en geopolitieke stabiliteit, maar in Bulgarije is de publieke opinie verdeeld en vaak wantrouwig.
Economisch staat Bulgarije er relatief gezond voor: bbp per hoofd groeide van 40 procent van het EU-gemiddelde in 2007 naar 66 procent in 2024, de staatsschuld ligt laag (26,3% van het bbp) en het begrotingstekort rond 3 procent. Voorstanders verwachten meer handel binnen de eurozone (nu al gaat 65% van de export naar EU-landen, 45% naar eurolanden), extra buitenlandse investeringen, werkgelegenheid en betere toegang tot kapitaal. Critici vrezen vooral prijsstijgingen en inflatie, vooral onder ouderen en plattelandsbewoners. Een marktkoopman zei illustratief: “Je kunt naar Griekenland gaan en een fles ouzo kopen met dezelfde valuta.”
Politieke onrust en desinformatie bemoeilijken de invoering. Russische desinformatiecampagnes en demonstraties—onder meer georganiseerd door de extreemrechtse, pro-Russische partij Revival—speelden dit jaar op tegen de euro. In december trad de centrumrechtse regering-Zhelyazkov af na wekenlange massale protesten tegen corruptie, media-invloed en een omstreden begroting voor 2026. Jongeren mobiliseerden tegen de alomtegenwoordige invloed van mediamagnaat Deljan Peevski en eisten meer investeringen in zorg en onderwijs. De politiek is sterk gepolariseerd; in vier jaar vonden zeven parlementaire verkiezingen plaats en nieuwe verkiezingen worden binnen enkele maanden verwacht.
Onzekerheid over de politieke stabiliteit en zorgen over de kwetsbaarheid van de eurozone dragen bij aan terughoudendheid onder Bulgaren: volgens een peiling van het ministerie van Financiën is 45 procent tegen de invoering. Voorstanders zien de overstap als een verdere verankering in Europa en een stap weg van Russische invloed, terwijl tegenstanders vooral de economische gevolgen voor gewone huishoudens vrezen.