Buitenlandse oorlogen worden vaker ingegeven door binnenlandse politieke motieven - dat lijkt in het geval van Iran niet anders
In dit artikel:
Historicus Timothy Snyder (Universiteit van Toronto) betoogt dat de Amerikaanse aanval op Iran — uitgevoerd door de VS en Israël en gepubliceerd 4 maart 2026 — meer is dan een militaire actie met onduidelijke motieven: de operatie heeft geleid tot flinke regionale vergelding en een verhoogde kans op bredere escalatie (onder meer het neerhalen van drie Amerikaanse gevechtsvliegtuigen in Koeweit door zogenaamd ‘vriendelijk vuur’). Snyder roept de officiële rechtvaardiging — dat Iran aan een kernwapen zou werken — op scepticisme: die claim is niet overtuigend en staat haaks op eerdere uitspraken van de regering over de vernietiging van het Iraanse kernprogramma.
Volgens Snyder zijn twee andere verklaringen plausibeler en beide problematisch: de aanval kan bedoeld zijn om binnenlandse democratische remmen te verzwakken, of om persoonlijke en zakelijke belangen van president Trump en zijn omgeving te dienen — of een combinatie daarvan. Historisch gezien gebruiken leiders oorlogen vaak om politieke tegenstanders te brandmerken en steun te mobiliseren, en dit autoritaire patroon lijkt zich nu in de Verenigde Staten en Israël af te tekenen. Tegelijkertijd wijst Snyder op duidelijke financiële banden tussen Trump en anti-Iraanse Golfstaten: investeringen van de VAE in Trump-familiebedrijven, lucratieve deals met Saoedi-Arabië en geschenken zoals een privéjet uit Qatar. Die banden wekken de verdenking dat buitenlands beleid mede wordt gevormd door persoonlijke belangen.
Snyder benadrukt dat dit geen pleidooi is voor de verdediging van het Iraanse regime — dat wreed optreedt tegen binnenlandse protesten en een ernstig mensenrechtelijk bloedbad heeft veroorzaakt — maar dat er effectievere, minder destructieve instrumenten voorhanden zijn: diplomatie op lange termijn, gerichte sancties, steun aan interne oppositie en aanpak van structurele problemen zoals de watercrisis die bijdraagt aan sociale onrust. De huidige regering, zo oordeelt hij, toont eerder een neiging tot militarisme en belangenverstrengeling dan tot zo’n coherente strategie.
Hij waarschuwt dat burgers en journalisten nú kritisch moeten zijn: oorlog kan dienen om leiders minder controleerbaar te maken en publieke tegenvraag te onderdrukken. Er is nog geen sluitend bewijs dat de aanval primair bedoeld was om de democratie te ondermijnen of Trump te verrijken, maar de beschikbare aanwijzingen rechtvaardigen verder onderzoek naarmate meer feiten boven water komen. Tot slot benadrukt Snyder dat oorlog geen excuus is om de beweegredenen van machthebbers niet te onderzoeken; juist in conflictperiodes is het essentieel die motieven bloot te leggen.