Buitenlandse media over box 3: 'Nederlands parlement ontbreekt het aan IQ'

woensdag, 18 maart 2026 (08:19) - Indepen

In dit artikel:

De Tweede Kamer heeft op 12 februari 2026 met 93 van de 150 stemmen de Wet werkelijk rendement box 3 aangenomen. Vanaf 2028 wordt vermogen niet langer belast op basis van een fictief rendement, maar op het zogenaamde werkelijke rendement — inclusief ongerealiseerde winsten op aandelen, obligaties, crypto en woningen. Het tarief dat in het artikel centraal staat is circa 36% over de jaarlijkse waardestijging (met een kleine vrijstelling van ongeveer €1.800), wat volgens critici ingrijpende praktische en economische effecten oproept.

Het grootste knelpunt is de belasting op niet-gerealiseerde waardestijgingen: eigenaren moeten elk jaar belasting betalen over stijgingen in waarde, ook als ze geen enkel actief hebben verkocht en dus geen liquide middelen hebben om die belasting te voldoen. Het artikel illustreert dat met voorbeelden: bij een verhuurde tweede woning waarvan de WOZ-waarde één jaar met €90.000 stijgt en die €24.000 netto aan huur oplevert, zou de eigenaar onder deze regeling tienduizenden euro’s per jaar aan belasting verschuldigd zijn — mogelijk meer dan de huuropbrengst. Een vergelijkbaar scenario geldt voor effecten: een portefeuille die groeit van €300.000 naar €400.000 zou over die papieren winst meteen een flinke belastingaanslag krijgen. Als belastingplichtigen die bedragen niet kunnen betalen, kunnen zij gedwongen worden activa te verkopen.

De internationale reacties zijn scherp en breed. Buitenlandse media en beleggers reageren met verbijstering: Britse kranten en prominente Amerikaanse beleggers noemen het plan extreem en waarschuwen voor paniek onder investeerders. Op social media en fora (onder anderen X en Reddit) spreken invloedrijke figuren van onverstandige of zelfs “communistische” stappen; sommigen raden beleggers aan Nederlandse aandelen — met name grote namen als ASML — snel te verkopen uit angst voor gedwongen uitstroom en koersdruk. Critici vrezen dat het Nederlandse voorbeeld kapitaal zal verjagen, aandelenwaarden in Nederland zal aantasten, vermogende inwoners zal doen vertrekken en het vertrouwen in Nederland als investeringsland zal schaden.

Juridisch-politieke achtergrond: het wetsvoorstel werd op 19 mei 2025 ingediend door staatssecretaris Tjebbe van Oostenbruggen en vloeit voort uit een consultatie die al in september 2023 door kabinet-Rutte IV werd gepubliceerd. Ondanks waarschuwingen van de Raad van State, commentaar uit de wetenschap en maatschappelijke verzet, hebben opeenvolgende kabinetten en vrijwel de hele Tweede Kamer het voorstel aangenomen; alleen enkele extreemrechtse partijen stemden tegen. Dat wekt verontwaardiging bij critici die vinden dat het parlement de belangen van burgers en investeerders niet adequaat vertegenwoordigt.

Kortom: de wet betekent een fundamentele wijziging van de belastingheffing op vermogen met potentiële neveneffecten zoals liquiditeitsproblemen bij particuliere houders van onroerend goed en beleggingen, gedwongen verkoop en negatieve reputatie- en kapitaalimpact voor Nederland. Internationaal leidt de maatregel tot sterke kritiek en het dringende advies van sommige commentatoren om Nederlandse posities te verminderen. Belangrijke aanvullende context: het belasten van ongerealiseerde winsten is internationaal ongebruikelijk en roept complexe uitvoeringsvragen op (waardering, timing, dubbele belasting en liquiditeit) die tot aanzienlijke praktische problemen kunnen leiden als ze niet zorgvuldig worden gemitigeerd.