Buffers tegen extreme regenval mogelijk nieuwe virushaarden; hotspots voor muggen
In dit artikel:
Waterbuffers die Nederland beschermen tegen extreme regen kunnen onbedoeld uitgroeien tot broedplaatsen voor muggen en mogelijk ook tot plekken waar viruscirculatie makkelijker op gang komt. Dat blijkt uit onderzoek van de TU Delft, Erasmus MC en de Universiteit Leiden in de Eendragtspolder bij Rotterdam, waar een deel van het gebied tijdelijk onder water werd gezet om het effect van klimaatadaptatie te bestuderen.
In twee maanden tijd zagen de onderzoekers hoe snel zo’n ondiepe plas verandert: binnen één à twee weken ontstonden al grote aantallen muggenlarven, en tegelijkertijd verschoven de vogelsoorten in het gebied. Volgens viroloog Reina Sikkema is dat relevant omdat sommige vogels beter dienen als tussengastheer voor virussen zoals Westnijlvirus en Usutuvirus, die via muggen kunnen worden verspreid. In 2020 werd in Nederland voor het eerst Westnijlvirus bij mensen vastgesteld.
De onderzoekers waarschuwen niet voor paniek: Nederland kent nog weinig door muggen overgedragen ziekten. Wel vinden zij dat gezondheid nu al moet worden meegenomen in het ontwerp van klimaatmaatregelen. In tijdelijke waterbergingen blijven kleine plassen vaak lang liggen, terwijl daar weinig natuurlijke vijanden van muggen aanwezig zijn. Het project, opgezet binnen het Pandemic and Disaster Preparedness Center na de coronapandemie, moet helpen om zulke neveneffecten beter te begrijpen. De komende jaren volgen vergelijkbare experimenten, onder meer in Spanje, omdat Zuid-Europa mogelijk een voorproefje geeft van wat Nederland door opwarming te wachten staat.
De Oranjezomer: Sander de Kramer raakt Leontien van Moorsel in het gezicht: 'Au, mijn neus'