Brusselse rechtbank buigt zich over weigering van Twitter om verkrachtingsvideo offline te halen
In dit artikel:
De correctionele rechtbank van Brussel behandelt sinds kort een zaak tegen Twitter International Unlimited Company (het Europese deel van X) omdat het platform maandenlang weigerde een zes seconden durend filmpje offline te halen waarin een Vlaamse vrouw duidelijk in beeld is tijdens een seksueel misdrijf. Het fragment werd in juli 2020 geplaatst en verspreidde zich razendsnel; de vrouw wendde zich daarna tot het Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) om de niet-consensuele verspreiding van intieme beelden aan te pakken.
Het IGVM liet het fragment door verschillende platforms verwijderen — onder meer TikTok en YouTube — maar op Twitter bleef de video hardnekkig terugkomen ondanks een takedownverzoek waarin zowel schending van auteursrechten als de niet-toestemmende verspreiding van intieme beelden werd aangegeven. Pas nadat een Brusselse onderzoeksrechter Twitter informeerde dat de korte clip deel uitmaakte van een langere verkrachtingsvideo, werd de tweet verwijderd en de betrokken account geschorst.
In de rechtbank vroeg Twitters verdediging vrijspraak. Zij voerden aan dat uit het korte fragment niet duidelijk zou blijken dat het om seksuele handelingen of om beelden zonder toestemming ging en dat het IGVM niet expliciet had aangegeven dat het om een fragment van een langere verkrachtingsvideo ging. Ook bestond volgens de verdediging lange tijd onduidelijkheid over of het IGVM bevoegd was om namens het slachtoffer op te treden. Bovendien zou de cd-rom met het originele zessecondenfragment verloren zijn gegaan, wat volgens de verdediging de rechtsgang belemmert.
Het IGVM-bestand de verdediging: het origineel bevat volgens hen auditieve aanwijzingen en gelaatsuitdrukkingen waaruit het seksuele en niet-consensuele karakter volgt. Advocaat Frédéric Thiebaut benadrukte dat de zaak belangrijke precedenten kan scheppen voor de aansprakelijkheid van grote platforms die verdienen aan gebruikerscontent.
Het parket vroeg verrassend genoeg eveneens vrijspraak en had eerder op de raadkamer al een buitenvervolgingstelling voorgesteld. De openbaar aanklager stelde dat uit het korte beeld niet onomstotelijk blijkt dat er sprake is van verkrachting en dat men evenzeer zou kunnen concluderen dat het consensuele of in scène gezette beelden betreft.
De rechtbank moet nu bepalen of het bedrijf had kunnen en moeten ingrijpen op grond van de beschikbare informatie. De uitspraak is gepland op 3 april. De zaak raakt bredere thema’s: de verantwoordelijkheid van internationale platforms bij niet-consensuele verspreiding van intieme beelden, de moeilijkheden rond bewijsbeheer binnen justitie en de praktische drempels bij het afdwingen van takedowns.