Brussel zet boeren verder in het nauw: vanaf 1 januari fors minder mest toegestaan
In dit artikel:
Per 1 januari mogen Nederlandse boeren aanzienlijk minder mest uitrijden: een langdurige uitzonderingsregeling binnen de EU vervalt. Die uitzondering — die Nederland toeliet meer mest toe te passen dan de standaard Europese grenzen — werd door Brussel niet verlengd nadat het kabinet had gevraagd om een nieuwe vergunning. Eind 2022 kondigde de Europese Commissie al aan de speciale positie stapsgewijs af te bouwen; met de recente afwijzing geldt vanaf volgend jaar volledig de EU-norm.
De afbouw raakt vooral veehouders; veel landbouwbedrijven kampen al met financiële druk omdat zij eerder al mest door externe bedrijven moesten laten afvoeren, wat hoge kosten met zich meebrengt. Minister Femke Wiersma noemt het besluit zeer teleurstellend en betoogt dat in veel regio’s het bovenste grondwater geen probleem vormt doordat veel grasland weinig nitraat lekt. Zij waarschuwt ook dat strengere mestregels onbedoelde neveneffecten kunnen hebben, zoals verkoop van grasland ten behoeve van woningbouw, wat volgens haar de waterkwaliteit juist kan verslechteren.
De Europese motivatie is gericht op waterkwaliteit: Eurocommissaris Jessika Roswall voert aan dat Nederlandse watersystemen onvoldoende scoren en dat lidstaten uiterlijk in 2027 aan de Kaderrichtlijn Water moeten voldoen. De gevolgen reiken verder dan landbouw: ook bouw en andere sectoren kunnen vergunningen zien vastlopen, waarschuwt oud-ASML-topman Peter Wennink, die vergelijkt met de impact van de stikstofcrisis. Veel meetpunten voldoen momenteel niet aan de normen, mede door PFAS en andere verontreinigingen.
De landbouworganisatie LTO spreekt van juridische onduidelijkheid: boeren moeten nu al aan de Brusselse regels voldoen, terwijl de Tweede Kamer heeft bepaald dat alleen een nieuw kabinet mag uitwerken hoe die regels in Nederland worden geïmplementeerd. Dat laat boeren in onzekerheid over praktische en financiële gevolgen op korte en middellange termijn.