Brussel vertrouwt bij stikstof meer op Nederlandse rechter dan op kabinet
In dit artikel:
Een interne briefing van de Europese Commissie, opgesteld voor een kennismakingsgesprek van milieucommissaris Jessika Roswall met staatssecretaris Annet Bertram op 16 maart, bevat scherpe kritiek op het Nederlandse stikstofbeleid. Volgens de briefing komt de effectiefste handhaving van de Europese Habitatrichtlijn niet van het kabinet, maar van de Nederlandse rechter. Het document werd in juni openbaar na een verzoek van een Rotterdamse burger.
Brussel noemt expliciet de rechtszaak die Greenpeace in januari 2025 tegen de Nederlandse Staat won. De rechtbank Den Haag bepaalde daarin dat in 2030 de helft van de stikstofgevoelige natuur onder de kritische depositiewaarde moet vallen, op straffe van een dwangsom van 10 miljoen euro. Ook verwijst de Commissie naar een uitspraak van de Raad van State uit december 2024, waardoor bedrijven vaker een natuurvergunning nodig hebben omdat intern salderen niet langer automatisch van die plicht vrijstelt.
De vrijwillige stikstofaanpak van het kabinet wordt in de briefing “te traag en ineffectief” genoemd. Intensieve, exportgerichte landbouw wordt aangewezen als de kern van het probleem. Volgens de Commissie is het aantal dieren doorslaggevend, maar is gedwongen inkrimping politiek onbespreekbaar. Daarom zet Nederland vooral in op vrijwillige uitkoopregelingen. Luchtwassers en alternatieve rekenmethoden krijgen weinig vertrouwen, omdat hun effect volgens Brussel onvoldoende in de praktijk is bewezen.
De Commissie stelt dat 131 van de 162 Nederlandse Natura 2000-gebieden kwetsbaar zijn voor stikstof. De landbouw zou verantwoordelijk zijn voor 40 procent van de stikstofdepositie en 86 procent van de ammoniakuitstoot. Ook verkeert volgens het document geen enkel Nederlands oppervlaktewater in een goede ecologische toestand. De Nederlandse mestderogatie verviel op 1 januari; een poging om via een herziening van de Europese Nitraatrichtlijn soepelere normen te behouden, mislukte later.
In de briefing wordt daarnaast een bedrag genoemd van 5,3 miljard euro per jaar aan maatschappelijke kosten waarmee landbouwvervuiling de economische opbrengst van de sector zou overstijgen. De Commissie vermeldt de bron van dit cijfer niet. Het bedrag komt overeen met een Deloitte-rapport uit 2025, dat in opdracht van organisaties uit de biologische en voedseltransitiesector werd gemaakt. Landbouworganisatie LTO bekritiseerde dat rapport omdat het volgens haar alleen de primaire productie meetelt en de bredere keten en landsgrens onvoldoende meeneemt.
De Europese Commissie voert zelf geen formele inbreukprocedure tegen Nederland over stikstof of artikel 6 van de Habitatrichtlijn. Milieuorganisaties zoals Greenpeace, Mobilisation for the Environment en Vogelbescherming Nederland vervullen die handhavingsrol via de rechter. Zij dienen klachten in, procederen en onderhouden contact met Brussel. Dat is volgens de Europese regels juist mogelijk en bedoeld, maar roept volgens de auteur de vraag op hoeveel ruimte een gekozen kabinet nog heeft om zelfstandig over het stikstofbeleid te beslissen.
De briefing bewijst niet dat Brussel de rechtszaken financiert. Greenpeace zegt geen overheidsgeld aan te nemen en wordt vooral gesteund door de Nationale Postcode Loterij; MOB werkt met donaties. In hoger beroep betoogt het kabinet-Jetten dat het wettelijke stikstofdoel voor 2030 niet meer uitvoerbaar is. Greenpeace wil juist dat 74 procent van de kwetsbare natuur dan onder de kritische grens valt. De uitspraak wordt begin 2027 verwacht. Voor de Commissie geldt de rechtsgang intussen als de meest effectieve manier waarop Europese natuurregels in Nederland worden afgedwongen.
Vandaag Inside: Virgil van Dijk kritisch: 'Dát hebben we besproken, maar hebben we niet gedaan'