Brussel kiest de aanval in 'cultuuroorlog' met Trump en de zijnen
In dit artikel:
In Brussel voeren Europese instellingen de laatste weken een opvallend progressieve koers: het Europees Parlement bespreekt een EU-breed verbod op zogenaamde lhbtq‑“genezing”, de Commissie lanceert een nieuwe genderstrategie en Eurocommissaris Hadja Lahbib kondigde eind vorige maand aan dat de EU geld vrijmaakt om vrouwen uit andere lidstaten te helpen bij hun abortus. Deze maatregelen moeten rechten van vrouwen en lhbtq‑personen beter beschermen en ongelijkheden verkleinen.
De timing valt op omdat wereldwijd en ook binnen sommige EU‑lidstaten conservatieve stromingen aan kracht winnen. In die context zien voorstanders de Brusselse interventies als een noodzakelijke verdediging van fundamentele rechten. Parlementariërs zoals D66’er Raquel García Hermida‑van der Walle vinden dat de EU op grond van haar verdragen moet optreden tegen praktijken als conversietherapie en moet zorgen dat vrouwen toegang krijgen tot veilige abortuszorg wanneer die in hun eigen land moeilijk te verkrijgen is.
Tegenstanders, onder wie SGP‑Europarlementariër Bert‑Jan Ruissen en andere rechtsconservatieve fracties, vrezen dat Brussel daarmee buiten de traditionele EU‑kerntaken treedt en nationale bevoegdheden aantast. In het Europees Parlement leidde dit tot scherpe tegenstellingen: conservatieven protesteerden met grote banners en waarschuwen dat centralisering van medisch‑ethische kwesties de eenheid van de Unie kan ondermijnen. Ruissen stelt dat beleidsinmenging juist kan bijdragen aan desintegratie, zeker in een tijd van geopolitieke spanningen en onrust binnen fracties zoals bij collega's uit Polen.
De discussie wordt aangewakkerd door bredere geopolitieke en culturele spanningen. Conservatieve leiders in de VS, met name aanhangers van Trump en de MAGA‑beweging, roepen op tot herstel van traditionele gezinspatronen en verzetten zich fel tegen 'woke' normen. Beide kampen beschuldigen elkaar van lobby‑invloeden van buitenlandse actoren: progressieven wijzen op steun uit landen als Rusland en Hongarije, terwijl conservatieven spreken over financiering door figuren als George Soros en Bill Gates. De culturele strijd is zodoende van online debat naar het hart van de Europese besluitvorming verhuisd.
De beweging naar meer Europese sturing past ook in een bredere wens in Brussel om minder afhankelijk te worden van de Verenigde Staten — zowel cultureel als strategisch — maar dat brengt een dilemma met zich mee. Enerzijds wil de EU stevig voor haar waarden staan; anderzijds blijft West‑Europa militair en strategisch afhankelijk van de VS. Dat creëert risico’s: te nadrukkelijke confrontatie kan relaties onder druk zetten en tegelijk binnen de Unie extra verdeeldheid veroorzaken, met voorbeelden als Hongarije die al eerder het EU‑gevoel ondermijnen.
In Den Haag is de respons terughoudend: minister‑president Rob Jetten noemt veilige abortuszorg essentieel maar pleit voor zorgvuldigheid over wat op Europees niveau geregeld moet worden en wat nationale verantwoordelijkheid blijft. De verdeeldheid laat zien dat de strijd om medische en culturele normen een wezenlijk thema is geworden voor de toekomst van de EU — zowel als inhoudelijke kwestie als mogelijk splijtzwam voor de Unie zelf.