Bruisend én kleurrijk, de fotografie van de live jazz in het Amsterdam van de jaren dertig in de vorige eeuw

woensdag, 20 mei 2026 (14:15) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Een zeldzame kleurenfoto van Bernard F. Eilers, gemaakt tussen 1934 en 1937 op het Thorbeckeplein in Amsterdam, staat centraal in de tentoonstelling Jazz-jaren: Mensen, migratie en muziek in het Stadsarchief. De afbeelding — felle avondverlichting, natte straat die lichtreflecties en lange koplamplijnen toont — voelt op het eerste gezicht moderner dan zijn datum doet vermoeden en laat horen alsof de muziek nog nazindert. De foto illustreert hoe kleurenfotografie al vóór de oorlog mogelijk was en hoe die techniek het beeld van het interbellum kan veranderen: weg van het vertrouwde zwart-wit, naar een levendiger stadsleven.

Eilers (1878–?) was een vakkundig fotograaf en chemicus, opgeleid in Duitsland, met een eigen studio vanaf 1905. Hij maakte reproducties (onder meer van de Nachtwacht) en portretten en ging in de crisisjaren van de jaren dertig experimenteren met kleurenfotografie. Na aanpassingen aan de JosPe drielaagse kleurencamera patenteerde hij zijn eigen methode, Fotochroma‑Eilers, waarmee hij avondtafereeltjes als het Thorbeckeplein in kleur kon vastleggen.

De tentoonstelling plaatst die foto in de context van de Amsterdamse jazzscène 1930–1939. Jazz kwam vanuit de Verenigde Staten via radio en tournees naar de stad; grote namen zoals Louis Armstrong (1933) en Cab Calloway (1934) speelden in het Carlton-hotel aan de Vijzelstraat. Het live-aanbod trok ook Surinaamse muzikanten aan die in Nederland kansen zochten. Die musici vormden het kloppende hart van veel podia: zowel bands als personeel bestonden vaak uit zwarte Surinamers en het uitgaanspubliek had een uitgesproken voorkeur voor zwarte artiesten. Artiesten namen vaak Amerikaans klinkende namen aan — voorbeelden zijn Arthur Parisius die Kid Dynamite werd, en de Kantoor‑broers die als Eddy en Teddy Cotton gingen optreden; Teddy stichtte na de oorlog de Cotton Club aan de Nieuwmarkt.

De groeiende populariteit van jazz riep ook argwaan op: politie en geheime agenten hielden de scene in de gaten en produceerden racistische rapporten die angst voor seksuele verleiding en maatschappelijke ontwrichting verwoordden. Tegelijkertijd noteerden tijdschriften en jongerenbladen dat vanaf circa 1937 de jeugd massaal naar het Thorbeckeplein trok.

Eilers’ kleurfoto’s bieden meer dan nostalgie: ze tonen een veranderende stad — niet alleen het straatbeeld, maar het sociale en culturele leven erachter. Door avondlicht en kleur vast te leggen, geeft zijn werk een directe indruk van het geluid en de energie van het vooroorlogse Amsterdamse jazzleven.