Broer en zussen eisen erfenis op omdat erflater en partner sinds 2020 apart woonden, maar rechtbank: LAT-partner blijft enig erfgenaam

dinsdag, 3 november 2026 (16:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

De rechtbank Overijssel oordeelde op 21 oktober 2026 dat een partner die sinds 2020 niet meer met de erflater samenwoonde, toch diens enige erfgenaam blijft. De uitspraak werd op 2 november gepubliceerd. De broer en zussen van de overleden man vonden dat zij moesten erven, omdat zijn testament bepaalde dat de benoeming van de partner verviel zodra de gemeenschappelijke huishouding was beëindigd.

De man en zijn partner hadden in 2011 een samenlevingscontract gesloten en hij had haar diezelfde dag in zijn testament als enig erfgenaam aangewezen. Zij woonden tot 2020 samen en hadden daarna een LAT-relatie. De man overleed op 30 maart 2025. De notaris had de partner daarop als enige erfgenaam aangemerkt, waarna zijn broer en zussen bij de rechtbank eisten dat zij de nalatenschap zouden krijgen en de partner haar ontvangen erfenis zou teruggeven.

Volgens de rechtbank moest het testament worden uitgelegd aan de hand van de bedoeling van de erflater en de omstandigheden waarin het was opgesteld. Hoewel het opschrift van de relevante testamentbepaling sprak over beëindiging van de samenwoning, gebruikte de bepaling zelf het begrip ‘gemeenschappelijke huishouding’. De rechter vond daarom niet dat het hebben van één woning doorslaggevend was. De erflater wilde in 2011 kennelijk dat zijn partner en niet zijn familie zou erven, tenzij hun relatie daadwerkelijk zou eindigen. Een LAT-relatie had hij mogelijk niet voorzien, maar betekende niet automatisch dat de huishouding was beëindigd.

De rechtbank stelde vast dat de relatie was voortgezet. De partners brachten veel tijd samen door, hielden een gezamenlijke bankrekening aan en betaalden daarmee onder meer vakanties, uitstapjes en cadeaus. WhatsApp-berichten wezen op een liefdevolle relatie. Ook had de erflater zijn partner ten huwelijk gevraagd en had zij dat aanzoek geaccepteerd. De eisen van de familie werden daarom afgewezen. Iedere partij moet de eigen proceskosten dragen; hoger beroep is doorgaans mogelijk binnen drie maanden.

De uitspraak geldt niet automatisch voor de erfbelasting. Voor die belasting wordt in belangrijke mate gekeken naar de inschrijving op hetzelfde adres. Ongehuwde en niet-geregistreerde partners gelden alleen als fiscale partners als zij onder meer aan specifieke voorwaarden voldoen, zoals een notarieel samenlevingscontract met een wederzijdse zorgverplichting en samenwonen in de zes maanden voor het overlijden. Zonder zo’n contract is doorgaans vijf jaar onafgebroken inschrijving op hetzelfde adres nodig. Een partner met een LAT-relatie kan daardoor wel erfgenaam zijn, maar fiscaal als ‘andere erfgenaam’ worden belast.

In 2026 bedraagt de vrijstelling voor een fiscale partner €828.035, tegenover €2.769 voor bijvoorbeeld een broer, zus of vriend. Boven de vrijstelling gelden voor partners tarieven van 10 en 20 procent en voor andere erfgenamen 30 en 40 procent. Wie apart woont, doet er daarom goed aan testament en samenlevingscontract te controleren en duidelijk te laten vastleggen wat met ‘samenwoning’ of ‘gemeenschappelijke huishouding’ wordt bedoeld.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Rob Jetten over belastingplan: 'Kiezen echt voor vooruitgang voor mensen en bedrijven'