Britten gaan al tien jaar gebukt onder politieke chaos, hoe komt dat? 

vrijdag, 22 mei 2026 (22:38) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Sinds 2015 heeft geen enkele Britse premier het langer dan drie jaar volgehouden, een symptoom van een diepere politieke ontwrichting die zich sinds het brexittijdperk heeft opgewerkt. Waar tussen 1979 en 2016 drie langdurige regeringsfases (Conservatief 1979–1997, Labour 1997–2010, Conservatieven/Liberaal-Democraten tot 2015) voor relatieve stabiliteit zorgden, is het laatste decennium gekenmerkt door snelle wisselingen aan de top en groeiende onvrede onder kiezers.

Politicologen wijzen twee belangrijke oorzaken aan. Ten eerste slagen zowel Conservatieven als Labour er al jaren onvoldoende in om duurzame economische groei, goed functionerende publieke diensten en controleerbare grenzen te leveren; dat ondermijnt het vertrouwen in de traditionele partijen. Ten tweede vergroot de toegenomen ongelijkheid — tussen arm en rijk, jong en oud, noord en zuid, en tussen mensen met vermogen versus alleen inkomen — het ressentiment. Officiële cijfers tonen enige verbetering doordat het minimumloon steeg, maar historisch en internationaal gezien blijft de ongelijkheid in het Verenigd Koninkrijk hoog.

Het Britse districtenstelsel ("First Past the Post") verbergt momenteel veel van die onvrede: een partij kan een grote meerderheid aan zetels behalen met een betrekkelijk klein aandeel van de stemmen. Dat systeem benadeelt nieuwe of geografisch verspreide partijen: Reform UK (rond Nigel Farage) haalde recent ongeveer 14 procent van de stemmen maar slechts enkele zetels, terwijl de Liberaal-Democraten met een relatief laag landelijk percentage veel meer zetels kregen door lokale concentratie. Het gevolg is wrok bij kleinere partijen en stemmenversnippering die de traditionele tweepartijendominantie kan doen vervagen.

Sommige deskundigen denken dat het Britse politieke stelsel op een kantelpunt staat: bij volgende verkiezingen zouden meerdere partijen elk rond de twintig procent van de stemmen kunnen krijgen, wat de druk op de gevestigde partijen om over te gaan op een proportioneel kiessysteem vergroot.

Praktisch politiek vuurwerk richt zich nu op tussentijdse verkiezingen in Makerfield, waar Andy Burnham (Labour-burgemeester van Manchester) zijn terugkeer naar de landelijke politiek zoekt en als potentiële uitdager van premier Starmer wordt gezien. Lokale winst voor Reform in het Wigan-gebied toont echter aan hoe lastig het is gevestigde partijen te verslaan. Zelfs als Burnham wint, is een nieuwe premier geen garantie voor stabiliteit: zonder een geloofwaardige strategie om economische groei te stimuleren en de publieke financiën te herstellen — in een context van chronische tekorten en oplopende staatsschuld — blijft politieke onvrede waarschijnlijk domineren.