Britse premier was gewaarschuwd over aanstellen Mandelson vanwege Epstein
In dit artikel:
Keir Starmer kreeg vóór de benoeming van Peter Mandelson als Britse ambassadeur in Washington al waarschuwingen over mogelijke reputatieschade vanwege Mandelsons banden met de veroordeelde zedendelinquent Jeffrey Epstein. Mandelson, 72, werd vorig jaar geschorst nadat zijn naam veelvuldig opdook in vrijgegeven documenten over Epstein en enkele maanden later uit de Labour‑partij gezet. De politieke woede richt zich nu vooral op Starmer, die de aanstelling had goedgekeurd.
Door de overheid vrijgegeven notities tonen dat ambtenaren Mandelson en Epstein als zeer hecht omschreven en meldden dat de twee contact bleven houden ook na Epsteins veroordeling in 2008; Mandelson zou meerdere keren in Epsteins woning hebben verbleven. Negen dagen vóór de benoeming waarschuwde een memo dat de relatie een algemeen reputatierisico kon vormen. Starmers nationale veiligheidsadviseur Jonathan Powell vond de procedure bovendien ongewoon gehaast en bracht zijn zorgen over bij de stafchef van de premier.
Niet alle documenten over de benoeming zijn openbaar gemaakt; de regering wil de resterende stukken in één keer vrijgeven. Eerder deze maand werd Mandelson ook opgepakt op verdenking van het doorspelen van marktgevoelige overheidsinformatie aan Epstein; na ruim negen uur verhoor kwam hij op borgtocht vrij. Het dossier roept vragen op over de screening van hoge benoemingen en kan Starmers positie politiek schade toebrengen.