Britse premier Starmer zoekt toenadering tot China in een diplomatieke balanceeract
In dit artikel:
Premier Keir Starmer is deze week op een driedaags bezoek in China om de verhoudingen tussen Londen en Peking te resetten na wat hij eerder als een "ijstijd" omschreef. Het is de eerste officiële reis van een Britse leider naar China in acht jaar. Starmer reist met een omvangrijke delegatie uit het bedrijfsleven en de cultuursector en hoopt miljarden aan handelsdeals binnen te halen om de trage Britse economie nieuw leven in te blazen.
Het bezoek ligt politiek gevoelig. De Conservatieve oppositie beschuldigt Starmer ervan zich te onderwerpen aan China en onvoldoende rekening te houden met veiligheidsrisico’s; kritiek die wordt gevoed door recente onthullingen dat China in het Verenigd Koninkrijk een netwerk van tientallen posten zou hebben om bedrijven en universiteiten te beïnvloeden, kritiek in te dammen en de Chinese diaspora te bespioneren. Daarnaast berichtten media dat Chinezen jarenlang telefoons van Britse bewindslieden mogelijk hebben gehackt. De regering zegt de risico’s te erkennen en kondigde aan het Chinese netwerk strenger te gaan monitoren.
Economische belangen wegen zwaar in Starsmers afweging. China is de op drie na belangrijkste handelspartner van het Verenigd Koninkrijk en naar schatting meer dan 300.000 Britse banen hangen af van handel met Peking. Die afhankelijkheid verklaart ook waarom de regering vorige week, ondanks veiligheidsbezwaar, toestemming gaf voor de komst van een grote Chinese ambassade in De Koninklijke Munt in Londen — een besluit dat vlak voor Starmer’s reis viel en dat voor Peking van groot prestige was. Critici vrezen dat het complex kan dienen voor spionageactiviteiten en dat er ondergrondse ruimtes en gevoelige glasvezelkabels onder liggen.
De koers naar China moet ook gezien worden tegen de achtergrond van een verzwakte trans-Atlantische relatie. Sinds Brexit en de veranderende Amerikaanse politiek zoekt het Verenigd Koninkrijk alternatieven voor zijn traditionele steunpilaar, de VS. Dat brengt risico’s met zich mee: kleinere landen lopen het gevaar gepenaliseerd te worden door grootmachten wanneer ze te veel in zee gaan met de ander (zoals recent te zien bij de politieke druk op Canada). Starmer probeert daarom een evenwicht te vinden tussen economische opportuniteiten en nationale veiligheid — een diplomatiek koorddansen waarin afhankelijkheid en autonomie steeds opnieuw moeten worden afgewogen.