Britse premier Starmer sommeert voormalig Chelsea-baas Abramovich om 2,8 miljard euro over te maken aan goede doelen: 'De tijd dringt'
In dit artikel:
De Britse regering heeft Roman Abramovich drie maanden gegeven om 2,8 miljard euro over te maken naar een voorgestelde stichting voor slachtoffers van de oorlog in Oekraïne. Premier Keir Starmer heeft de Russische oligarch duidelijk gemaakt dat de tijd dringt; als Abramovich bij zijn eis blijft dat ook Russische slachtoffers geld moeten ontvangen, zal Londen de zaak voor de rechter brengen.
Abramovich staat sinds februari 2022 op internationale sanctielijsten. Kort daarna verkocht hij Chelsea aan de Amerikaanse investeerder Todd Boehly; de opbrengst van die verkoop is vervolgens door de Britse autoriteiten bevroren. Ondanks de sancties leeft hij niet in armoede: hij beschikt naar verluidt nog over een vloot van tot vijf zeer dure jachten die hij huurt (niet op zijn naam), en wordt regelmatig gezien in de regio rond Turkije en Antigua. Zijn precieze woonplaats is onduidelijk; in de zomer van 2023 zou hij een luxevilla in Turkije hebben gehuurd en hij verblijft soms in Tel Aviv — hij bezit een Israëlisch paspoort.
Eerder probeerde Abramovich via constructies belasting te vermijden, wat hem naar verluidt zo’n veertig miljoen euro opleverde; een rechtbank op Cyprus bepaalde in 2024 echter dat hij alsnog moest betalen. Abramovich vergaarde zijn fortuin in de jaren 90 toen hij het oliemaatschappij Sibneft voor een relatief bescheiden bedrag overnam en die vervolgens zag uitgroeien tot een miljardenbedrijf, geholpen door nauwe banden in het Kremlin.
De discussie rond het vrijgeven van zijn bevroren vermogen draait om juridische stappen van de Britse overheid én politieke gevoeligheden over naar wie het geld mag vloeien.
Vandaag Inside: Wilfred Genee gaat In de Wandelgangen verder in op podcast met Jaimie Vaes: 'Dan verbaast me dat'