Britse minister van Defensie stapt op en stelt dat premier Starmer het land onveilig maakt
In dit artikel:
De Britse minister van Defensie John Healey heeft zijn ontslag ingediend omdat hij van oordeel is dat de regering niet bereid is voldoende te investeren in de defensiecapaciteit van het Verenigd Koninkrijk. In zijn ontslagbrief zegt hij dat het toegekende budget niet volstaat om het onlangs opgestelde Defense Investment Plan (DIP) voor de komende tien jaar uit te voeren; volgens interne documenten had Healey ruim 30 miljard euro extra gevraagd. De verschijning van het DIP werd uitgesteld zolang het budget niet is goedgekeurd.
Healey wijst de verantwoordelijkheid rechtstreeks naar premier Keir Starmer: die zou niet de middelen vrijmaken die nodig zijn om het leger aan te passen aan toenemende dreigingen. Volgens anonieme bronnen zou de regering slechts een zeer beperkte extra investering van 0,08 procent hebben voorgesteld — een niveau dat Healey ontoereikend noemt. Hij stelt dat dit het risico voor Britse troepen bij inzet vergroot.
Het vertrek van Healey is verrassend en politiek gevoeliger omdat hij maandag nog tegenover het parlement sprak en beloofde het DIP vóór de NAVO-top in Ankara volgende maand te publiceren. Hij is de zesde minister die de regering van Starmer verlaat, wat zijn positie politiek verzwakt. Opinie- en defensiejournalisten noemen zijn stap bijzonder ingrijpend: het is een zware aantijging van een minister richting het eigen kabinet en vormt een serieuze regeringscrisis.
De affaire valt samen met een bredere discussie over de achteruitgang van het Britse aandeel in wereldwijde defensie-uitgaven; in vijf jaar tijd zakte het Verenigd Koninkrijk van de vierde naar de veertiende plek. Hoewel het nog altijd meer uitgeeft dan kleinere landen zoals België, roept Healeys vertrek vragen op over de bereidheid en het vermogen van Londen om zich militair aan te passen in een onzekere geopolitieke periode.