Brilarmoede bij sommige Gelderse 65-plussers, ondanks bril of lenzen
In dit artikel:
Onderzoek van Independer, op basis van CBS- en RIVM-gegevens, toont dat mensen met de laagste welvaart aanzienlijk vaker slecht zicht hebben ondanks een bril of lenzen dan de welvarendste groep: 5,9 procent versus 1,5 procent, bijna vier keer zoveel. Bij 65-plussers ligt het landelijke aandeel op 6,3 procent. De data uit de RIVM/GGD-gezondheidsmonitor (waarbij buurtmetingen uit 2020 zijn gebruikt) laten grote lokale verschillen zien: in sommige Gelderse gemeenten heeft een veel hoger deel van de ouderen moeite met kleine letters of het herkennen van gezichten op vier meter. Ter illustratie: onder 65-plussers is dat 6,2 procent in Tiel en 1,3 procent in Voorst; op buurtniveau liep het in Arnhem van 2,0 procent tot zelfs 14,0 procent in Immerloo II.
Independer-zorgexpert Youri van der Avoird wijst erop dat financiële drempels ertoe leiden dat mensen te lang wachten met het vervangen van brillen of lenzen, wat op zorgmijding wijst. Vergoedingen voor een bril zijn zelden standaard; alleen bij ernstige oogaandoeningen of extreem hoge sterktes (bijvoorbeeld +10 of -6) wordt vaak vergoed. Een aanvullende verzekering dekt soms een deel, maar de premie kan hoger zijn dan de vergoeding, tenzij die aanvullende polis ook andere zorg dekt.
De bevindingen roepen vragen op over betaalbaarheid van refractieve hulpmiddelen en mogelijke gevolgen voor zelfstandigheid en veiligheid van ouderen; gerichte maatregelen of betaalbare voorzieningen kunnen nodig zijn om zogenoemde “brilarmoede” terug te dringen.