Brieven in plaats van kogels: Een Russische schrijver en een Oekraïense soldaat schrijven elkaar over vrede
In dit artikel:
Tussen 2023 en 2026 wisselden de Oekraïense arts en frontvrijwilliger Hennadi Droezenko en de Russische schrijver Michaïl Sjisjkin brieven uit vanuit Oekraïne en Zwitserland. Hun uitgangspunt was de vraag hoe Oekraïners en Russen na de oorlog opnieuw met elkaar zouden kunnen samenleven. De correspondentie groeide uit tot een pleidooi voor een vredesmanifest: beide mannen willen een brug slaan over de diepe kloof die door de Russische invasie is ontstaan.
Droezenko richtte het Eerste Vrijwillige Mobiele Hospitaal op, een groot team van civiele medici dat al jaren aan het front werkt en volgens hem meer dan 90.000 patiënten heeft behandeld, onder wie Russische krijgsgevangenen. Hij benadrukt dat hij niet tegen Russen, de Russische taal of de Russische cultuur vecht, maar tegen tirannie, barbarij en het Poetin-regime. Oekraïens-zijn is voor hem geen kwestie van afkomst of DNA, maar van een morele keuze voor vrijheid en zelfbeschikking. Als voorbeeld noemt hij de Russische Olga Simonova, die aan Oekraïense zijde vocht en postuum tot Held van Oekraïne werd uitgeroepen.
In hun brieven verzetten Droezenko en Sjisjkin zich tegen collectieve schuld en tegen het idee dat Russen en Oekraïners voor altijd vijanden zouden zijn. Volgens hen bestaan er geen goede of slechte naties, maar wel goede en slechte mensen en politieke systemen. Ze erkennen de begrijpelijke woede van Oekraïners na steden als Marioepol, Boetsja en Bachmoet, maar waarschuwen dat haat, wraak en blind nationalisme geen toekomst bieden. De oorlog dreigt beide samenlevingen bovendien te veranderen in wat ze bestrijden: autoritaire, gewelddadige systemen waarin groepsloyaliteit belangrijker wordt dan individuele waardigheid.
Droezenko is ook kritisch op Oekraïne. Hij waarschuwt voor rancune, de verheerlijking van Stepan Bandera en een nationalisme dat menselijke waarden ondergeschikt maakt aan identiteit. Hij hekelt corruptie, machtsmisbruik en de praktijken van Oekraïense leger- en rekruteringsinstanties, die volgens hem in sommige opzichten hetzelfde autoritaire en sovjetachtige “gen” vertonen als het Russische regime. Tegelijk blijft hij ervan overtuigd dat Oekraïne alleen moreel en politiek kan winnen als vrijheid, menselijkheid en verantwoordelijkheid zwaarder wegen dan patriottisme.
De twee auteurs bespreken ook de rol van taal en cultuur. Hun correspondentie zelf moet aantonen dat Oekraïens en Russisch niet alleen instrumenten van propaganda en vijandschap zijn, maar ook middelen om elkaar te begrijpen. Droezenko schrijft deels in het Oekraïens als symbolische poging een brug tussen beide culturen te bouwen. Sjisjkin verdedigt het recht om Russische literatuur te blijven lezen, maar vindt dat de Russische cultuur een deïmperialisering moet doormaken. Russen moeten volgens hem erkennen dat Oekraïners geen “mislukte Russen” zijn, maar een eigen volk met een eigen taal en geschiedenis. Een echte dialoog begint pas wanneer beide partijen elkaar als gelijken behandelen.
De briefwisseling bevat daarnaast een waarschuwing over de veranderende oorlogsvoering. Droezenko beschrijft hoe drones het front domineren en hoe kunstmatige intelligentie de drempel tot geweld verder kan verlagen. Daarmee dreigt een nog gevaarlijker fase van oorlogvoering te ontstaan, ook buiten Oekraïne. Juist daarom moet de oorlog volgens hem zo snel mogelijk eindigen: het conflict dient geen strategisch doel meer en vernietigt vooral levens, dorpen en de toekomst van beide landen.
Als inspiratie verwijzen de briefschrijvers onder meer naar Nelson Mandela, Viktor Frankl, Paul Celan en de Pools-Oekraïense verzoening. Zij willen wraak niet ontkennen, maar de toekomst zwaarder laten wegen dan vergelding. Net als Mandela pleiten ze ervoor mensen niet als collectief schuldig te behandelen en het systeem dat hen tegen elkaar opzet te bestrijden. Ze erkennen dat Oekraïners en Russen waarschijnlijk nooit terugkeren naar het vroegere beeld van een “broedervolk”, maar geloven wel in een vreedzame modus vivendi.
Hun gezamenlijke manifest moet daarom luid verklaren dat beide volkeren niet gedoemd zijn elkaar eeuwig te bevechten. Menselijke waardigheid, vrijheid, solidariteit en medemenselijkheid moeten volgens Droezenko en Sjisjkin belangrijker zijn dan paspoort, afkomst, taal of nationale loyaliteit. De briefwisseling zelf geldt als bewijs dat een dialoog zelfs na jaren van oorlog en gruweldaden nog mogelijk is.
Vandaag Inside: Dave Maasland vertelt In de Wandelgangen over zijn nieuwe tv-programma: 'Ik hoop echt...'