Breek de scheldtrend, kies voor 'WTF'
In dit artikel:
De column hekelt de massale normalisering van grove taal—vooral het f‑woord—in marketing en communicatie. Waar het ooit een bewuste, contextgebonden keuze was (zoals Ice‑T die in de jaren ’90 een boektitel met krachtterm koos vanuit zijn achtergrond), is schelden nu een standaard truc geworden om aandacht te winnen. Dat begon met bestsellers als Mark Manson en verspreidde zich snel naar merken en media.
Grote spelers in reclame en PR grijpen naar grof taalgebruik om ‘authenticiteit’ en rebelsheid uit te stralen. Voorbeelden in de tekst: Samuel L. Jackson wordt door merken als Vattenfall en Adidas ingezet omdat zijn stoere, vloekende imago geloofwaardigheid en aandacht oplevert; programma’s en formats gebruiken expliciete titels (bijv. Mindf*ck) alsof shockwaarde gelijkstaat aan relevantie. De auteur vindt dit vaak goedkoop scoren: het schreeuwt om aandacht maar vervangt niet per se inhoudelijke kwaliteit.
De schrijver waarschuwt voor gevolgen: zulke keuzes trekken sommige doelgroepen juist aan, maar jagen anderen weg (inclusief kinderen die via tv en YouTube meekijken). Bovendien kan ondoordachte woordkeus praktische nadelen hebben (slechtere vindbaarheid in zoekmachines of slechte aansluiting bij AI-indexering). Kort gezegd: één krachtterm is een uitroepteken dat een boodschap niet automatisch beter maakt.
Als alternatief pleit de column voor een andere WTF: Waarde, Trots, Focus. Dat betekent concreet:
- Waarde: leg zichtbaar de positieve impact voor klanten vast door cases, storytelling en klant- of partnerinterviews; pak klachten open en transparant aan om betrouwbaarheid te tonen.
- Trots: zet medewerkers in als ambassadeurs via employee advocacy; laat echte prestaties en praktijkvoorbeelden spreken in plaats van overdreven superlatieven.
- Focus: weet precies welke doelgroep je wilt bereiken en kies woorden, beelden en kanalen die daarbij passen; kies kwaliteit boven kwantiteit en let op hoe één woord mensen kan laten afhaken.
De boodschap is helder: stop met automatisch achter shocktaal aanlopen en investeer in stevige, relevante content die op lange termijn werkt. De auteur erkent dat grove taal soms effect heeft, maar benadrukt dat sterke inhoud en een passende toon meer opleveren dan het kopiëren van een hippe trend. Als afsluitende punt: mocht het f‑woord toch dominant blijven, dan ligt de culturele schuld deels bij figuren als Samuel L. Jackson en OG‑rappers als Ice‑T, maar verantwoordelijkheden liggen bij marketeers die gemak boven creativiteit kiezen.
Praktische implicatie voor communicatieprofessionals: wees origineel, match toon met doelgroep, toon impact, en gebruik employee stories en transparantie in plaats van brute shockwaarde om merken geloofwaardiger en effectiever te maken.