Brankele Frank (39) voelt zich ook met succesvolle boeken en podcasts een buitenbeentje

zondag, 26 april 2026 (17:31) - Het Parool

In dit artikel:

Neurobioloog Brankele Frank (39) is na haar bestseller Over de kop uitgegroeid tot een veelgevraagd gezicht en stem in Nederland rond mentale gezondheid. Ze won vorig jaar De Slimste Mens, schrijft columns voor het Financieele Dagblad, maakt de podcast Let’s Go Mental en werkt aan een tv-pilot en een theatershow. Deze week verschijnt haar nieuwe boek Het Grote Ontprikkelboek, een samenwerking met academici en cultuurmakers waarin wetenschappelijke inzichten, persoonlijke verhalen en praktische oefeningen (kleurplaten, door Frank ontworpen puzzels, adem- en zintuig-oefeningen) worden samengebracht om het moderne fenomeen van overprikkeling te duiden.

Frank woont in een appartement vlakbij het Oosterpark in Amsterdam; haar achtergrond is medisch-wetenschappelijk (neurobiologie en cognitieve neurowetenschappen) en zakelijk (voormalig strategieconsultant bij McKinsey). Haar carrière kende een harde kantlijn: na twee jaar bij McKinsey kreeg ze een burn-out. Over die geestelijke inzinking schreef ze Over de kop (2023), een boek waaraan ze vijf jaar werkte en dat een bestseller werd — maar dat haar ook uiteindelijk een tweede burn-out bezorgde. Na behandeling bij het Centrum voor Integrale Revalidatie herstelde ze geleidelijk en bouwde ze sindsdien een publieke rol op als “breinfluisteraar”.

Centrale thema’s in Franks werk zijn het verschil tussen klinische overprikkeling (bijvoorbeeld na hersenletsel) en de alledaagse mentale vermoeidheid die mensen voelen, en hoe mensen wél kunnen herstellen van een overvraagd brein. Ze waarschuwt dat stilte-ontprikkelruimtes niet automatisch helpt: langdurig vermijden van prikkels kan sensitiseren. Haar advies is vaak contrair aan intuïtieve ontspanning: in plaats van louter passief Netflixen raadt ze activiteiten aan die het lichaam en de zintuigen inschakelen — sporten, wandelen, tuinieren, breien of muziek maken — omdat zulke bezigheden de aandacht van het (overwerkte) cognitieve brein weghalen en zintuiglijk herstel bevorderen.

Een persoonlijke wending in Franks verhaal is haar recente ADHD-diagnose, die haar hielp verklaren waarom ze zichzelf steeds in hoge druk-omgevingen duwde. Ze legt uit dat mensen met ADHD een smaller optimum qua arousal hebben: ze hebben meer prikkeling nodig om productief te zijn, raken sneller verveeld en komen makkelijker in stress terecht. In plaats van die eigenschap als handicap te zien, leert ze die nu te omarmen en te gebruiken in haar lezingen en projecten — al erkent ze dat het ook vraagt om strategieën om grenzen te stellen en niet overal ‘ja’ op te zeggen.

Privé leven en familiegeschiedenis spelen een grote rol in hoe Frank naar zichzelf kijkt. Ze groeide op aan de Plantage Kerklaan in een artistiek gezin: moeder Marjès Benoist is concertpianist, vader Leonard Frank regisseur en oprichter van Toneelgroep Baal. Haar opvoeding werd gekenmerkt door culturele betrokkenheid maar ook door de nasleep van de oorlogservaringen in de familie: haar vader zat als Joodse peuter ondergedoken en verloor gezinsleden in concentratiekampen. Die geschiedenis heeft bij de familie gevoelens van wantrouwen en een sterke gevoeligheid voor onrecht achtergelaten. Brankele beschrijft zichzelf als het buitenbeentje van de familie en benadrukt dat haar Joodse identiteit soms ambivalent voelde — ze hoorde zich niet altijd volledig thuis, in of buiten de Joodse gemeenschap.

De oorlogsgeschiedenis van haar familie vertaalt zich volgens haar in de manier waarop zij relaties en conflicten benadert: terughoudendheid om mensen dicht toe te laten, moeite met confrontatie, en een neiging om emoties in zichzelf op te kroppen — factoren die bijdroegen aan haar tweede burn-out. Tegelijk benadrukt ze dat haar relatie met haar vader nu goed is; ze doet samen rituelen als het leggen van een krans op 4 mei, hoewel de betekenis van die herdenking voor hen soms onderwerp van discussie is, mede door veranderende interpretaties en de bredere politieke context.

Frank beschrijft ook de keerzijde van haar nieuw verworven bekendheid: leukere ontmoetingen en herkenning op straat, maar soms ongemakkelijke momenten, bijvoorbeeld in een medische wachtkamer. Na de publicatie van Over de kop verloor ze ook haar relatie en periode van stabiliteit; ze verhuisde meerdere keren en vond pas in juli 2024 haar huidige woning. Financieel en professioneel was ze lange tijd bang om opdrachten te weigeren, maar zegt nu langzamerhand vaker ‘nee’ te durven zeggen.

In haar publieke gesprekken en in Het Grote Ontprikkelboek pleit Frank tot slot voor voorzichtigheid rond snelle labels: hoewel het goed is dat mentale problemen minder taboe zijn geworden, vindt ze dat mensen zich niet te snel met diagnostische termen moeten verschuilen zonder te onderzoeken welke emoties of lichaamsreacties eronder liggen. Ze benadrukt maatwerk — wat voor de één ontprikkeling geeft (stilte) kan voor een ander averechts werken — en zoekt met haar nieuwe boek naar praktische, speelse manieren om overbelaste breinen te kalmeren en de aandacht richting zintuigen en lichaamsactiviteiten te verleggen.