Brandweerman Karel van den Bosch strijdt dagenlang tegen vuurzee bij 't Harde: „We reden door een maanlandschap"
In dit artikel:
„De adrenaline hield me heel scherp”, zegt brandweerman Karel van den Bosch, die samen met honderden collega’s vorige week de grootbrand op en rond het Artillerie Schietkamp bij ’t Harde bestreed. De vuurhaard, waarvan de rook in grote delen van Nederland zichtbaar was, begon woensdag rond 12.30 uur; Van den Bosch en zijn ploeg begonnen die dag aan de zuidwestzijde van het militaire oefenterrein, nabij de Klaterweg bij Nunspeet.
Rond de vierhonderd brandweerlieden uit het hele land (onder meer Friesland, Twente, Utrecht en Drenthe) werkten samen, met brandweerwagens op ongeveer dertig meter afstand van elkaar. De inzet bestond uit tankautospuiten met waterkanonnen op dak en bumper en bijgesprongen Chinook-helikopters die met bluszakken water dumpten op moeilijk bereikbare delen van het terrein. Het bumperkanon kan onder ideale omstandigheden 500 liter per minuut zeven minuten lang geven en reikt tot zo’n 50 meter; het dakkanon blust tot ongeveer 10 meter. De tank bevat circa 4.000 liter water; teams laten standaard nog ongeveer 500 liter achter voordat ze gaan bijvullen. Een vulbeurt duurt ongeveer vijf minuten, gevolgd door een korte rit terug naar de blusplek.
De bestrijding vereiste specifieke tactiek en veel geduld. Brandweerlieden moesten stapvoets rijden zodat de waterstraal niet vervluchtigt maar de begroeiing ‘verzuipt’, en de bandenspanning aanpassen (ruim 8 bar op asfalt, rond 4 bar in ruw terrein) om niet vast te rijden. Door wind en veranderend zicht — soms honderd meter, soms slechts vijf — ontstonden regelmatig oplaaiingen en overslagen over zandpaden, waarna teams zich tijdelijk moesten terugtrekken. Van den Bosch droeg, net als zijn collega’s, ademluchtmaskers in de wagen omdat rook het voertuig binnendrong; slangen werden niet altijd uitgerold uit veiligheidsoverwegingen.
Doordat de brand grotendeels op militair oefenterrein woedde, waren nieuwsgierige burgers niet in de weg, en bleven woonkernen en campings in de omgeving grotendeels buiten direct gevaar; de snelweg A28 werd niet overslagen. Wel zag Van den Bosch verschillen in intensiteit: op de heide waren vlammen tot zo’n tien meter hoog en verschenen ‘maanlandschappen’ van afgebrande grond, terwijl aan de rand van het terrein vlammen soms beperkt bleven tot drie meter. Exploderende munitie was geen reëel risico voor de teams, omdat ze op paden bleven en buiten de gevaarlijkste zones opereerden.
De inzet was zwaar en langdurig: Van den Bosch sliep kort na nachtdienst en keerde donderdagochtend vroeg terug om de nachtploeg af te lossen; hij bleef tot in de avond actief en werkte ook vrijdag nog mee. Ondanks de hectische inzet vielen voor zover bekend geen gewonden. Van den Bosch kijkt, uitgeput maar tevreden, terug op een van de heftigste natuurbranden die hij in twintig jaar brandweerervaring heeft meegemaakt.