Brandweer slaat alarm na brand bij 't Harde: 'De natuurbranden schuiven op naar het noorden - en dus ook naar Nederland'
In dit artikel:
Bij de grote natuurbrand bij ’t Harde zijn honderden hulpverleners actief: ongeveer 200 brandweerlieden, ondersteund door twee transporthelikopters van de luchtmacht. Wegen rond het gebied zijn afgesloten en het vuur was tot in Amsterdam, Almere en Hilversum te ruiken. Het blussen kan nog dagen duren en wordt gecoördineerd vanuit het Landelijk Actiecentrum Natuurbranden.
De brandweer waarschuwt dat de Nederlandse natuur nu uitzonderlijk brandbaar is door een combinatie van langdurige droogte, harde wind en zeer droge lucht. April was volgens Weeronline extreem zonnig (ongeveer 260 zonuren) en vrijwel neerslagloos (ongeveer 8 mm), alleen 1976 en 2007 waren droger. Die omstandigheden laten bodem en vegetatie uitdrogen, waardoor ze makkelijk als brandstof fungeren.
Hoewel in sommige regio’s — zoals Amsterdam-Amstelland — geen natuurgebieden van vergelijkbare omvang liggen en men zich daarom niet op exact dit scenario hoeft voor te bereiden, geldt er landelijk verhoogde paraatheid. Veiligheidsregio’s benadrukken dat veel natuurbranden door menselijk handelen beginnen: een weggegooide sigaret of een barbecue in het veld kan al snel uit de hand lopen. Daarom wordt publiek gewaarschuwd om alert te zijn.
Klimaatonderzoek van de WMO en Copernicus bevestigt dat Europa vaker te maken krijgt met extreme hitte en verwoestende bosbranden; vorig jaar brandde meer dan één miljoen hectare bos af. Ook Nederland registreerde recorduitstoot door bosbranden. Brandweercommandant Anton Slofstra waarschuwt dat de branden noordwaarts verschuiven en dat Nederland daardoor vaker risico loopt op moeilijk te beheersen branden. De Nederlandse brandweer is snel en blust veel beginnende branden, maar Slofstra geeft aan dat de capaciteit grenzen kent: meerdere grote branden tegelijk zouden de slagkracht ernstig belasten.
Kortom: het incident bij ’t Harde onderstreept veranderende risico’s door droogte en klimaatverandering en vraagt zowel om publieke voorzichtigheid als om aandacht voor de voorbereiding en middelen van hulpdiensten voor toekomstige, mogelijk grotere natuurbranden.