Brabantse mestfraudeur verdacht van dumpen afval glycerine­fabriek

woensdag, 4 februari 2026 (06:08) - Follow the Money

In dit artikel:

Mesthandelaar Peet W. uit Baarle-Nassau, onlangs in Den Bosch veroordeeld voor grootschalige mestfraude, wordt verdacht van het illegaal dumpen van grote hoeveelheden industrieel zout in de Belgische Kempen. Eind november voerden Belgische opsporingsdiensten op agrarische percelen in Ravels en Merksplas (grensstreek onder Tilburg) opgravingen uit; daarbij troffen ze zware verontreiniging aan: veel industrieel zout, sporen van zware metalen en restanten van flesjes alcoholgel. Volgens het Parket van Antwerpen overschrijden de gevonden concentraties de bodemsaneringsnormen en zijn op sommige plekken het grondwater zelfs zo zout als zeewater, wat risico’s voor mens en milieu oplevert. De bodem moet ter plaatse gesaneerd worden; de burgemeesters van Merksplas en Ravels zijn geïnformeerd en de gemeente publiceerde een Q&A voor inwoners.

De getroffen percelen behoren aan kalvermester Glenn D. en loonwerker Geert H., die samenwerken met Peet W.; allen worden verdacht van de dumpingen. Eind oktober vonden al gerechtelijke invallen plaats bij hen en bij W.; D. en H. kregen huisarrest. Het onderzoek wijst uit dat het gedumpte zout afkomstig is van de Dutch Glycerin Refinery (DGR) in Delfzijl, waar ruwe glycerine uit biodiesel behandeld wordt en bij het zuiveringsproces zouten en vetzuren vrijkomen die als afval moeten worden afgevoerd.

DGR, ’s werelds grootste glycerine-raffinaderij en dochter van het Indonesische Musim Mas, zegt door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) te zijn geïnformeerd en werkt mee aan het onderzoek. Het bedrijf benadrukt dat het zout normaal gesproken wordt afgezet bij bedrijven die het gebruiken (diervoeder, strooizout, onder voorwaarden als bodemverbeteraar) en dat afnemers rapporteren over eindtoepassing; DGR stelt geen direct zicht te hebben op mogelijk misbruik en heeft leveringen aan een van de afnemers stopgezet sinds de link met dumpingen duidelijk werd. De Omgevingsdienst Groningen controleerde DGR laatst op 25 oktober.

Onderzoekers spreken van duidelijk financieel motief: bronnen rond het dossier zeggen dat Peet W. en zijn medeverdachten het zout voor ongeveer €100 per ton zouden hebben laten verwerken in plaats van de gecertificeerde kost van circa €800 per ton. Bij ruim 5.000 ton – naar verluidt ongeveer 200 vrachtwagens – loopt het voordeel in de miljoenen. DGR geeft geen details over hoeveelheden of financiële schade zolang het onderzoek loopt.

Het incident toont hoe illegale afvalstromen kunnen ontstaan naast bestaande fraude in de mestsector en legt aanzienlijke milieudreiging bloot in een dichtbevolkte grensregio; vervolgonderzoek en bodemsanering zijn noodzakelijk.