Boycot? Net als het WK zelf is het land niet van Trump

maandag, 25 mei 2026 (09:41) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Over een paar weken reist de schrijver naar de Verenigde Staten om het WK te verslaan, en voelt hij tegelijk enthousiasme en weerzin. Aan de ene kant zijn er bij een journalistiek visum vragen naar socialemediagedrag en de dreiging van een dominante Trump-focus op het toernooi, gecombineerd met de omstreden rol van FIFA-president Gianni Infantino en torenhoge kaartprijzen. Ook bestaat de reële angst dat Mexicaanse of Colombiaanse Amerikanen die in shirts een bar bezoeken het risico lopen opgepakt te worden door immigratiehandhavers (ICE). Die dilemma’s leiden tot een veelgestelde vraag tijdens zijn theatertour ‘De Macht van het WK’: moeten we het toernooi boycotten?

Toch pleit de auteur ervoor het WK niet te ontzeggen. Hij ziet het toernooi als iets dat politieke leiders overstijgt: een wereldwijde viering die mensen bij elkaar brengt en sociale cohesie oplevert. In een tijd van fragmentatie, waarin iedereen op zijn eigen scherm kijkt, fungeert het WK als zeldzaam collectief moment waarop een groot deel van de samenleving hetzelfde volgt en daarover praat — ook mensen die normaal geïsoleerd zijn, voelen zich erbij betrokken. Voor Nederland is dat effect extra sterk: Oranje-records domineren de top van kijkcijfers en voetbal vormt er een belangrijk nationaal feest met diepe historische wortels in de Cruijffiaanse speelstijl. De Nederlandse supporters eren traditie vaker dan individuele sterren; shirts met namen van recente spelers zie je minder vaak dan nummers van legendes als Cruijff.

Het bindende vermogen van voetbal gaat verder dan Nederland. In landen met politieke en etnische verdeeldheid kan voetbal tijdelijk eenheid brengen; voorbeelden zijn België (waar het koningshuis en de Rode Duivels als weefsel van eenheid gelden) en Irak, waar de nationale ploeg fungeert als bijna het enige overkoepelende symbool voor soennieten, sjiieten en Koerden. Dat universele geluk rondom doelpunten en successen is een belangrijk argument tegen boycots: spelers en supporters uit moeilijke omstandigheden ervaren echte vreugde die je hen zelden mag ontnemen.

Tegelijkertijd biedt het WK ook ruimte voor verzet. Grote publieke arena’s zoals stadions zijn soms de weinige plekken waar mensen in autoritair geregeerde landen openlijk kunnen zingen of scanderen tegen leiders. In de VS zal het toernooi bovendien plaatsvinden in veel “blauwe” steden—negen van de elf gaststeden hebben Democratische burgemeesters—wat mogelijkheden schept om een ander imago van Amerika aan de wereld te tonen. Lokale politici in onder meer New York kondigden fanzones en een gastvrije houding aan en verwachten een diverse internationale menigte. Protestacties tegen immigratiebeleid en tegen Trump worden ook al georganiseerd, zoals de campagne ‘No ICE in the Cup’.

De schrijver verwacht dat Trumps populariteit dalend is en dat hij in veel stadions op hoon kan rekenen als hij op schermen verschijnt; dat ontmoedigt zijn stadionbezoeken. Tegelijk laten de opstapjes van het toernooi zien dat sport zowel kan verdelen als verbinden: sociale samenhang kan omslaan in sociale dwang (huis in oranje kleuren moeten steken of risico op uitsluiting), maar voetbal biedt ook een platform om ongelijkheid, misstanden of leiderschapsvragen zichtbaar te maken.

Kortom: ondanks de problematische context — politieke spelletjes, controverse rond de FIFA, zorgen over veiligheid en immigratie — blijft het WK volgens de auteur een unieke, collectieve ervaring die mensen wereldwijd vreugde en verbinding schenkt. Het toernooi kan tegelijk een podium zijn om kritiek te uiten; daarom pleit hij ervoor het spektakel niet te boycotten maar het als kans te gebruiken: zowel voor saamhorigheid als voor het uitdrukken van maatschappelijke onvrede.